…en verder

Nadat Monique anderhalve dag in Portugal is, breng ik haar maandag 13 november alweer naar het vliegveld van Lissabon. Haar vader(tje) heeft niet lang meer te leven en ze wil uiteraard zoveel mogelijk bij hem zijn.
Ik blijf nog een paar dagen in Cascais en twijfel om verder te varen. Vanuit Lissabon ben ik zo in Breda. Ik ga nog een dagje naar Lissabon. Wat een fijne stad is dat. Ik vraag me onderweg vaak af of ik in een plaats zou willen blijven wonen. Dat is bijna nergens het geval, maar in Lissabon zou ik wel kunnen aarden, denk ik. Het is elke dag lekker weer in Cascais. Ik besluit toch om verder te varen naar Sines. Zes december komt een vriend een paar weken naar de Algarve, en het zou wel fijn zijn als de Aja er dan ook ligt. Ik ben wel van plan naar Breda te gaan als de vader van Monique is overleden. Op donderdag, om een uur of acht, gooi ik de trossen los. De zee is kalm en al motorzeilend ga ik verder naar het zuiden voor een tocht van ca 50 Nm. Voorbij kaap Espichel is het echt “alleen op de wereld”, geen schip en geen land te zien. Na een paar uur komt de kustlijn weer in zicht. Op een meter of 20 van de boot komt nog een walvisachtige voorbij, zwarte rug, niet heel groot, maar wel met zo’n fontein spuitend. Ik heb het er niet op. Dolfijnen zijn meer dan welkom, maar met walvissen weet je het maar niet, je leest de raarste verhalen… Tegen dat het donker wordt vaar ik de haven van Sines binnen. Het is makkelijk aanlopen. Er staat iemand op de kade me op te wachten. Maar ik wil toch eerst even tanken. Want de volgende tocht zal een hele lange dag worden, richting Algarve, en dat is wel zo prettig met een volle tank. Ik ga aan de binnenkant van een lege steiger liggen. De mensen in de haven zijn erg vriendelijk. De eerste dag lig ik redelijk rustig, maar dan lijkt toch dat er veel swell/deining in de haven staat. De Aja rukt aan de landvasten, niet prettig.

De haven van Sines

 

Sines is een rustig plaatsje, in de zomer zal het er druk zijn met vele recreanten, maar nu is het in zichzelf gekeerd en de mensen leven er hun leven. Ik geniet er wel van, en het is leuk om wat vaste plekken te hebben om wat te eten en te drinken. In de haven ontmoet ik een zeeheld: Jean Heylbroeck, een Belgische zeiler die in een bootje van ca 9 meter (Chartist Lady) in vijf jaar de wereld is rondgevaren. Hij heeft er ook een boek over geschreven: “de wereld is rond”. Ik kom Jean (72 inmiddels) regelmatig tegen en hij vertelt volop over zijn belevenissen. Ik hang aan zijn lippen… Ondertussen gaat het steeds slechter met de Pa van Monique. Op zondag 19 november overlijdt hij. Gelukkig zijn Monique en haar broer op dat moment bij hem. Maandag ben ik weer in Breda. (Ik ben nu ca 6 maanden weg en ben ook al 6 keer vanwege omstandigheden teruggegaan…, het is een reis met hindernissen, zullen we maar zeggen, ik zou het ook niet anders willen doen). Op de avond ervoor verleg ik de Aja nog naar een, naar men zegt, iets rustiger plek in de haven. Jean geeft nog adviezen over het afmeren en belooft een oogje in het zeil te houden (hij ligt nu recht achter me). Op zaterdag 25 november is er een prachtige uitvaartplechtigheid voor Ad. Maandag de 27e ga ik weer terug naar Sines. Het weer is hier helemaal omgeslagen, het is nu ook herfst in zuid Portugal. Op deze plek ligt de Aja weer te rukken aan de landvasten, ondanks dat de oceaan redelijk rustig is, het regent regelmatig, maar de temperatuur is lekker. Ben nu in afwachting van een redelijk “weergat” om richting Lagos te varen, een tocht van zo’n 75 Nm

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Cascais

Obidos, balkon in een omwalling

Obidos

De weersomstandigheden in Peniche zijn onstuimig en voorlopig ongunstig om verder te varen. Aanvankelijk meerdere dagen met zuidenwind en daarna harde wind, veel regen en hoge golven. In de haven aan de langs steiger is het geen pretje. Door de swell van zee en de hekgolven van de lokale boten ligt de Aja vaak flink te stampen aan de steiger.
Ach, ik probeer er maar het beste van te maken. Op donderdag ga ik met de bus naar Obidos. De busrit is op zich al aardig. Het is een mooie rit door het landschap van Portugal. Maar je ziet ook regelmatig de restanten van de enorme branden die hebben gewoed deze zomer. Het heeft hier lange tijd niet geregend (Nu ik er ben uiteraard wel, volop neerslag…). De havenmeester verzekert mij dat de Portugese boeren zeer gelukkig zijn met de heftige regenbuien die zo nu en dan vallen (allez dan maar…). Obidos is een middeleeuws dorpje met een zware en indrukwekkende omwalling. Veel smalle straatjes, steil, maar zeer verrassend en met prachtige doorkijkjes. Je kunt er de geschiedenis lezen (figuurlijk) van de laatste, pakweg, 5-6 eeuwen. Uiteraard is het heel toeristisch, maar als je een beetje van de hoofdstraatjes afgaat zie je nog hoe het vroeger geweest moet zijn. Vanaf de omwalling heb je op veel plekken een mooi uitzicht op de wijn- en olijfboomgaarden. Eind van de middag ga ik met de bus weer terug naar Peniche. Ik ben hier eigenlijk te lang naar mijn zin. Ik dreig zo langzamerhand een vaste klant te worden van verschillende kroegen en eettentjes. Uiteindelijk, na een week dient zich een zeer klein “weergat” aan. Dinsdag tot een uur of 3 ‘s middags is het redelijke wind uit de goede richting en matige golven. Daarna gaat het weer harder waaien. Vroeg vertrekken dus. Ik lig aan lagerwal en strak voor me ligt een Engelse zeilboot. Ik help hen afduwen, zo dat ik wat ruimte heb, maar moet het daarna wel alleen doen. Met de achter spring en de motor in z’n achteruit komt de boeg los van de wal. Stootwillen aan het achterschip. Daarna snel in z’n vooruit en de achter spring losgooien. Het gaat redelijk. In de haven hijs ik alvast het grootzeil en berg alle stootwillen op. Aanvankelijk is het tijdens de tocht een redelijk rustige wind, maar allengs gaat het toch steeds harder waaien en worden de golven wat venijniger. We komen uit de windschaduw van het schiereiland Peniche. Ik had een bulle talie moeten aanbrengen… (dat is een lijn die je van de giek naar het voorschip aanbrengt om te voorkomen dat je een ongewenste klap gijp krijgt). En nu nog een aanbrengen met deze zee zie ik niet zitten. Door de golven en de achteropkomende wind wil het grootzeil telkens gijpen. Ik laat het grootzeil maar zoveel mogelijk midscheeps. Het geeft soms enorme klappen op het zeil. Het gaat door merg en been… Ik zet de elektrische stuurautomaat aan en verleg de koers iets, zodat ik de wind min of meer schuin van achteren krijg. De stuurautomaat stuurt beter dan ik, maar op een gegeven moment komen toch weer die tikken, dat betekent dat de stuurarm weer loskomt van de roer as.

aan de bovenzijde de arm van de stuurautomaat en in het midden de arm op de roer as, die telkens loskomt…

Dus maar weer met de hand sturen. Ik hou de motor bij, en we gaan als een speer, 7-8 knopen. Om een uur of 12 passeren we de Cabo da Roca, een enorme rots in zee en het meeste westelijke puntje van het Europese vaste land. Weer een “voorlopige” mijlpaal. De koers gaat weer meer richting oosten en begin van de middag lig ik op de rede van Cascais. Alles weer klaar maken voor het aanleggen. Eerst aanleggen aan de meld steiger voor het havenkantoor. Dat gaat niet helemaal lekker vanwege de aflandige wind. Nu hepen mijn Engelse buren mij met aanleggen (voor wat hoort wat, he…) Cascais is een chique haven in een chique badplaats. Alles ziet er keurig uit. Ik krijg een ligplaats achterin de haven waar alle buitenlanders liggen. Er is plaats zat. Ik lig weer naast de Engelsen. Ik blijf hier even, omdat Monique komend weekend komt. Woensdag ga ik maar weer aan de stuurautomaat werken. Ga nu met een vijl proberen de ronde stuurkoning iets af te vijlen, zodat de bouten misschien beter blijven zitten. Het is heel hard staal, maar m’n gevoel zegt dat het wel iets geholpen heeft. Wordt vervolgd…
Donderdag ga ik een dagje naar Lissabon. Ik ben onder de indruk, ik was er al een paar keer eerder geweest, maar de sfeer en de ruimte, pakken me. Fijne stad. Omdat Monique zaterdag komt, ga ik uiteraard vrijdag de boot maar eens poetsen en dat was ook wel nodig. Zaterdag vroeg uit de veren en per trein en bus naar het vliegveld. Het openbaar vervoer is hier goed geregeld. Ik ben blij Mo weer in m’n armen te sluiten. Thuis gaat het niet goed. Haar vader zal niet lang meer te leven hebben, en het was maar de vraag of ze wel zou kunnen komen. Maar na overleg met haar vader en broer heeft ze toch besloten dat ze wel even weg kon. Op weg naar Cascais wandelen we nog een middag door Lissabon. We eten in de markthal “Time Out”, heel druk, bijzondere plek. Zondag blijkt dat het toch nog sneller met haar vader achteruitgaat dan verwacht. Monique boekt snel een vlucht terug, en vertrekt maandagmorgen al weer terug naar huis. Haar vader wordt maandag opgenomen in een hospice. Ik wacht nog even af, maar als haar vader overlijdt, ga ik ook naar Breda. Ik onderzoek en bedenk wat ik zal gaan doen. Nog wat verder varen of blijven liggen…? Wordt vervolgd…

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Herfst

In Nazaré zijn, naast de vissershavens 2 marina’s, voor “hobbyvaarders. In de pilots wordt een haven aangeprezen en de andere een particuliere jachthaven min of meer weg geschreven als zou daar geen plaats zijn, duurder e.d. Na mijn oproep via de marifoon, reageerde de particuliere (Clube Naval de Nazaré) op mijn oproep. Ik word keurig geholpen door goed Engelssprekende havenmeesters. Op de steigers zijn alle voorzieningen. Ik ben, om ook eens kritisch te zijn (vergelijkend waren onderzoek), naar de andere haven gelopen. Dat is naar mijn mening een aftandse situatie. De ligging is naast de visafslag, heel veel meeuwen, vieze steigers, het ligt aan een industrieterreintje met de uitstraling van die van een Oostblokland, ver voor “die Wende”. De prijs zal ook niet heel veel verschillen, ik betaalde ruim € 17 voor de Aja (10.50m), dat valt wel mee dus. Ok, de toiletten zouden wat beter kunnen en die worden gedeeld met een restaurantje (ook lekker eten) aan de haven. In de haven wordt ook te hard te hard gevaren door met name de hobbyvissers, dat geeft vaak vervelende golven, dus soms ligt de Aja flink te stuiteren aan de steiger. Dus niet alleen hosanna. Ik wilde hier toch even een lans breken voor deze “Clube Naval”.

De Aja bij Clube Naval in Nazare

 

De haven van Nazare, gezien vanuit de oude kern van het dorpje

De haven van Nazare is in nagenoeg alle weersomstandigheden aan te lopen. Dat komt door een geul van een paar honderd meter diep die haaks op de kust loopt richting de haveningang. Die diepte zorgt voor het dempen van de deining (denk ik). De kust is hier vanwege de hoge golven bekend om z’n golfsurfen. Regelmatig worden de golven hier makkelijk 5 m hoog… Ik las op een bordje dat er eens een golf van 30m hoog hier de kust heeft bereikt. Onvoorstelbaar.

Maandag vertrek ik weer uit Nazaré, voor een relatief kort tochtje naar Peniche, ca 25 Nm. De wind is noord, aanvankelijk niet al te hard. De golven verrassen me wel, die zijn kort en stevig en soms aardig hoog (voor mijn doen). Die golven komen schuin van achteren in, en dan gaat de Aja soms dwars van de golf af, dat betekent dat ie soms flink helling maakt. De wind trekt wat aan naar ruim 15 knopen en ik kan ook de genua bijzetten. De motor kan uit en met een vaartje van 4-5 knopen varen we richting Peniche. Onderweg tref ik een grote groep Jan van Genten die zich agressief in de oceaan storten. Daarbij ook een grote groep dolfijnen, maar die hebben geen tijd voor mij… Even later zie ik nog vlakbij de fontein van een walvis, redelijk vlakbij, niet een hele grote (denk ik), maar toch, altijd spannend. Ik houd ze toch liever een beetje op afstand. Tussen de kaap bij Peniche en het eiland Berlenga, wordt de zee nog wat onstuimiger en het is stevig sturen van de golven af. Een redelijk klein vissersbootje komt al stuiterend in mijn richting, voor mij onduidelijk wat hij wil, na een tijdje blijkt hij achterlangs te gaan. De visser komt even uit z’n stuurhutje uit en steekt een hand op naar mij. Een mooi moment.
De haven van Peniche is makkelijk aan te lopen. Het aantal ligplaatsen voor passanten is erg beperkt, en gelukkig is er nog net een plekje aan de langs steiger, aan de buitenzijde van de haven. Er ligt nog een Franse boot, verder ben ik de enige passant, zo te zien. Ik zal hier wel even moeten blijven liggen, want de komende dagen komt de wind uit het zuiden. Bovendien komt de 2e helft van de week regen. De Portugezen zitten hier echt op te wachten. Het is hier al maanden droog en er zijn veel bosbranden geweest. Ik bereid me erop voor dat ik hier nog even vast zal liggen. De zuidenwind waait precies de havenmonding binnen en zorgt voor een vervelende deining. Het varen in Portugal kent een extra dimensie, naast de wind(richting), de stroming, ook de golven. De lagedrukgebieden diep op de oceaan, zorgen hier aan de kust voor vaak extra hoge golven. Ik heb voor mezelf besloten om bij golven hoger dan 2.00m niet uit te varen. Ik las ergens dat het niet verantwoord is om, met golven van meer dan 2,50 m, havens aan te lopen (behalve die van Nazaré en Leixoes). Dat betekent dus ook dat de mogelijkheden om verder te varen in deze herfstige periode beperkt zijn. Monique komt 11 november naar Lissabon, ik heb dus nog tijd genoeg.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

aan lager wal….

In de periode dat ik in Breda ben, heb ik me verdienstelijk kunnen maken met het opschilderen van het nieuwe appartement van mn moeder in een verzorgingshuis. Het is de afgelopen maanden zo goed met haar gegaan dat ze nu weer min of meer zelfstandig kan gaan wonen. Op maandag 16 okt wordt de vloerbedekking nog gelegd en op dinsdag komen de verhuizers alles inpakken en ‘savonds is het nieuwe stekje klaar voor bewoning. Maar dat heb ik net niet meegemaakt. Dinsdagmorgen ben ik afgereisd naar Porto. Overvol vliegtuig ivm de herfstvakantie. In Nederland was het mooi herfstweer, maar in Porto regent het. Ik laat me vanuit Porto centrum met de taxi naar de haven brengen. Toch nog kletsnat geworden, want een taxi was niet zomaar te vinden. De eerste dagen aan boord blijft het regenachtig. De oceaan is onstuimig, golven van een meter of 5 en het is verboden om de rivier de Douro af te varen, de zee op. Ik zou ook niet willen….

Weinig wind en toch enorme golven. Een gevolg van de depressies op de oceaan

Ik moet duidelijk weer wennen aan boord. In Nederland een drukke periode achter de rug. Naast het schilderen veel op stap geweest met vrienden en gezellige bezoekjes afgewerkt. Het was een overvol programma. En dan aan boord is er ineens de rust. Ik moet duidelijk mijn draai weer zien te vinden.
Ik doe heel veel pogingen om de valstopper van dek te krijgen. De handel van de stopper van het grootzeilval is gebroken. In Nederland een nieuwe gekocht, maar om die te monteren moet de stopper van het dek af. En dat wil niet lukken. Ik krijg die kruiskopschroeven niet los. Heb het gevoel dat het handvat van de schroevendraaier niet bestand is tegen mijn kracht, die draait een heel klein beetje mee. Ik geef klappen op de schroeven, spuit er olie bij…tot nu toe helpt niets. Later nog maar eens proberen, en anders moeten ze er worden uitgeboord, vrees ik…
De oceaan komt tot bedaren en ik plan een datum om verder de Portugese kust af te zakken. Het wordt maandag. Een lang tripje naar Figueira da Foz, ongeveer 65 Nm. Dat kan net bij daglicht. Dus op tijd op. Het waait een 10 knopen, recht van achteren (door het dal van de Douro) en er staat een stevige stroming. Tja, hoe kom ik de box uit… De steigers zijn leeg, geen helpers…, wachten tot de stroming minder wordt is ook geen optie, want dan kom ik donker aan. De spring zit midscheeps. Als ik die losgooi, ramt de boeg meteen de steiger. Ik kom handen tekort… Toch maar losgooien en snel achteruit, helaas blijft een stootwil achter de boort van de buurman hangen en de Aja draait meteen dwars op stroming en wind. Ik kom vast te liggen tegen de achterzijde van de boot van de buren, aan lager wal dus. Ik heb dit tafereeltje vaker gezien bij andere boten, maar nu ben ik zelf de klos.Met veel gas vaar ik maar weg en dat levert een aardige kras op de Aja op (en ook een kras in mijn zelfvertrouwen). De boot van de buren blijft schadevrij, want die heeft een stevige rubberen stootrand op het zwemplatform. Omdat ik veel alleen vaar heb ik in het verleden al geaccepteerd dat er zo nu en dan een kras op de boot komt, er zijn soms omstandigheden die je alleen niet de baas kunt.
Eenmaal buitengaats, moet ik wel weer even wennen aan de deining, zeeziekte ligt op de loer… Het is geweldig weer, lekker zonnetje en er gaan steeds meer kleren uit. De wind is zeer matig uit het oosten en komt geleidelijk aan steeds meer uit het zuiden, draait daarna naar het westen en tegen de avond weer uit het oosten, en wordt rond de kaap bij Figueira da Foz, zelfs stevig. Net voor het donker wordt vaar ik tussen de pieren door. Een vissersschip komt met een rotgang opgevaren en blaast zelfs op de hoorn voor meer ruimte. Heeft haast zeker… Voor het havenkantoor is ruimte genoeg en ik meer af in een vrije box, geholpen door een Fransman, die een beetje verder ligt. Het voelt meteen goed, en ik ben blij dat ik de haven in Porto achter me heb gelaten. De volgende dag ga ik op zoek naar de havenmeester. In geen velden of wegen te bekennen, dus eerst maar een rondje door het stadje doen, daarna inchecken en verder de dag wat luieren. En klusjes doen… Ik doe nog eens een poging met de valstopper, helaas en ik zit nog te tobben met de stuurautomaat van Raymarine, de X5. Die begint altijd goed, maar na een paar uur geeft ie storing (“Seatalk failure” en “no pilot”) en de dieptemeter begint dan ook te piepen. Per mail Raymarine benaderd, maar zij komen ook niet met een echt advies, alleen: “ga eens bij een dealer langs…” Waarschijnlijk ligt het aan de stuurcomputer, te weinig spanning? Kan haast niet, want meestal staat de motor bij en zijn de accu’s helemaal vol. Enfin wordt vervolgd…
Woensdag ben ik met de trein naar Coimbra gegaan. Ik was er in een grijs verleden al eens geweest, maar kon me er niet veel meer van herinneren. Coimbra is een studentenstad. Boven op een berg is het belangrijkste universiteitsgebouw met de beroemde bibliotheek.

Het binnenplein van de universiteit van Coimbra

Ik moet zeggen dat ik het na een paar uur wel gezien heb en na een paar terrasjes ga ik per trein weer terug naar Figueira. Vandaag klusjesdag en ga o.a. eens kijken of ik de kras op de boot een beetje kan wegwerken… Dat lukt redelijk en met een beetje poetsen is een groot deel weggewerkt.
Op vrijdag weer vertrokken, naar Nazare. Om een uur of 9 naar het ponton voor de havenmeester gevaren, betaald en meteen diesel getankt. Het is weer stralend mooi weer en met een 6 knopen varen we (Aja en ik), met de motor bij, weer richting de zon. Ik heb meteen de X5 stuurautomaat aangezet, om te kijken op wat voor moment die uitvalt. Meteen bij het aanzetten dus…, daarna weer opnieuw aangezet en nu blijft hij het de hele reis doen…Ik kan er geen chocola van maken. Mss heb ik m te weinig gebruikt…?Begin van de middag trekt de wind wat aan, uit het noorden, pal voor het lapje, dat vaart niet lekker met het grootzeil op en de (lichte) deining die er staat, dus die maar naar beneden gehaald en de genua uitgerold. Toch nog een paar uur kunnen zeilen. Onderweg begeleiden een paar dolfijnen me nog even. Altijd leuk. Bij de ingang van de haven trekt de wind weer even aan, rondom de kaap, tot zo’n 25 knopen. De genua daar ingerold en alvast de stootwillen uitgegooid. In de haven roep ik de havenmeester op, en krijg reactie van een andere, particuliere, haven. Ook goed. Ze helpen me met afmeren. Nazare is een echte vissershaven, het is een komen en gaan van grote en kleine schepen. Het ligt niet echt rustig, maar al veel beter dan ik gewend was in Porto…

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Ouder=beter?

Na een lange tocht van een uur of 11 reizen komt op 26/9 begin van de avond Monique aan op het station van Viana. We drinken samen een oorlam en een wijntje op de behouden aankomst. Mo komt speciaal naar Portugal om er mijn verjaardag mee te vieren. s ’Avonds maken we een wandelingetje en gaan op zoek naar een restaurant. We vinden een leuke plek met een hele aardige bediening. De taal is wennen. Na een aantal weken Spanje valt de Portugese taal niet mee. Maar we eten heerlijk, inclusief een lokale ijskoude borrel toe. We gaan moe en voldaan te kooi, maar na een uur slapen, worden we opgeschrikt door keiharde housemuziek. Het is dan 1 uur ’s nachts (lokale tijd, het is in Portugal een uur vroeger). We doen geen oog dicht en om ca 6 uur houdt het op, maar staan jongelui nog na te kletsen. Wat was hier te vieren op een dinsdagavond, en waarom zo laat beginnen? Ik ben deze dag jarig, en ik kan me niet herinneren een verjaardag te hebben gehad die ik zo lang bewust heb meegemaakt. Enfin, we besluiten maar te vertrekken, want willen niet nog zo’n avond meemaken. Bovendien is het mooi weer en de volgende bestemming, Povoa de Varzim, ligt veel gunstiger voor het openbaar vervoer richting Porto en het vliegveld. Begin van de middag komen we aan in Povoa. Er zijn nog heel veel vrije ligplaatsen. Povoa valt ons na Viana wel wat tegen. En zeker ten opzichte van de gezellige Spaanse plaatsen. We eten ter gelegenheid van mijn 65e verjaardag wel erg lekker in het Sportcafé.

bejaardenbal
foto monique

Vanuit Povoa is er een snelle verbinding met de metro naar Porto. Donderdag, gaan we Porto bezoeken. Een aardige Belg, die hier regelmatig komt, vertelt ons over het vervoer (het aanschaffen van metrokaartjes is een ramp, ook voor de Portugezen). Hij informeert ons over de mooie plekken in de stad. Het is heerlijk warm weer en we verwonderen er ons over de prachtige gebouwen (o.a. het station), met de bijzondere tegeltableaus.

stationshal Porto
foto Monique

We wandelen rond door de smalle straatjes en met de watertaxi steken we over naar het gebied waar de Port wordt gebrouwd(?). We proeven een aantal portjes op het terras bij Sandeman. Hoe ouder, des te beter, blijkbaar.

vergelijkend warenonderzoek…Port in Porto
foto monique

selfie
door…?

 

Met mijn onlangs bereikte, bejaarde, leeftijd, denk ik daar soms wat anders over. Monique ziet kans om binnen te glippen waar een groep een rondleiding met een proeverij krijgt. Ze kan er nog gauw een paar mooie foto’s maken, voor ze door een suppoost wordt weggestuurd. Na nog een terrasje met een glas wijn (inhoud ca 0,5 liter), vinden we een geweldig restaurantje met een hele bijzondere uitstraling en geweldig lekker eten. We hebben er een prachtige dag opzitten. Om 22 uur pakken we de Metro terug naar Povoa, en lopen door het toch wel desolate stadje terug naar de Aja.
Op vrijdag slapen we lekker uit en wandelen nog wat door het plaatsje. Ook het oude deel kan ons niet echt bekoren. Rond de middag pakken we weer de metro en gaan naar het vliegveld, we eten en drinken er wat en Monique gaat het vliegtuig opzoeken. Ik ga met de metro weer terug naar de boot. Een vreemde gewaarwording om alleen te zijn. Ik blijf nog een paar dagen in Povoa, o.a. vanwege de dichte mist en de wind (windkracht 6-7). Op 2 oktober vertrek ik richting Leixoes. Ik wil daar de boot achterlaten, want donderdag vertrek ik voor 12 dagen naar Nederland. Mijn moeder heeft een aanleunwoning bij een verzorgingstehuis kunnen bemachtigen. Dat betekent dat ze uit haar flatje moet en dus gaat verhuizen. De nieuwe woning moet nog wat opgeknapt worden, dat ga ik (gedeeltelijk) doen en er zijn nog wat medische zaken af te wikkelen.
Het is maar een paar uur varen. Ik probeer wat te zeilen, maar de wind heeft te weinig kracht om de zeilen vol te houden. Door de deining, dwars op het schip, klappen de zeilen enorm. Dat gaat door merg en been, dus uiteindelijk toch maar weer op de motor. Aangekomen in Leixoes roep ik de havenmeester op, aanvankelijk geen antwoord. Uiteindelijk toch contact, helaas de haven is vol, ik kan buiten de haven wachten en voor anker gaan en de volgende dag nog eens proberen. Ik heb daar geen zin in, vaar dus door naar de haven in Porto, met het idee het later nog eens te proberen, want de prijzen voor een ligplaats schelen enorm. Daarvoor moet je een stukje de rivier de Douro op. Dat kan rare zeeen opleveren en de pilots waarschuwen voor de aanloop van de rivier. Er staat idd een flinke stroming, maar het valt me uiteindelijk mee. De Douro Marina is nog maar 5 jaar oud en dat is te zien, alles heel chique en je wordt met 3 woorden aangesproken (wat terecht is gezien mijn leeftijd!). Vanuit de rivier word ik opgepikt door 2 havenmeesters die me helpen met aanleggen. De volgende dag bel ik Leixoes om te vragen of er inmiddels plaats is, maar dat is er nog niet, ik kan komen en voor anker gaan, om te wachten. Ik besluit hierop mijn (financiële) verlies te nemen en de boot de komende weken in de Douro Marina te laten.
De bouw van deze nieuwe haven heeft een oppepper gegeven voor de omgeving. Het vissersdorpje Gaia, dat er naast ligt, is bijna helemaal opgeknapt en gerenoveerd. Er heerst nog wel de authentieke sfeer. Er zijn nu wat kleinschalige restaurantjes en er is veel bedrijvigheid. De mensen leven er op straat. De was wordt nog gedaan op een openbare wasplaats en daarna buiten opgehangen.

Gaia, de was opgehangen bij de openbare waasplaats

’s Middags ga ik te voet naar Porto, een pittige, maar mooie wandeling over een speciaal aangelegd voetpad, langs en soms over de rivier. Toch wel een klein uurtje lopen. De zon schijnt in de stad, in tegenstelling tot aan de kust (want mist), weer uitbundig. Ik wandel door de stad en de smalle straatjes. Het is op en af. Vermoeiend, maar het is de moeite waard, vooral ’s avonds licht de stad prachtig op.

Porto, brug over de Douro

Woensdag ga ik aan de slag met de boot. Het dek moet eens goed worden geschrobd. De kleine stuurautomaat werkt niet goed, en ook de onderdekse stuurautomaat maakt zo nu en dan bij grote roeruitslagen een rare tik, ook dat nog eens nakijken.
Dinsdag 17 okt kom ik weer terug aan boord (IJs en weder dienende…).

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Mist

Op dinsdag 19 september vertrek ik richting Vigo. Ik sla de Ria de Pontevedra over. Ik wil op mijn tempo (op het gemakje dus), richting zuiden. De bestemming is Vigo, een grote stad, vergelijkbaar met La Coruna, qua omvang. Het is helder weer als ik om een uur of 9 uit de haven vertrek, maar meer richting de oceaan, wordt het steeds mistiger, en op een gegeven moment twijfel ik om verder te gaan. Het rare is dat de zon gewoon schijnt, maar op zeeniveau het potdicht zit. Ik beluit de snelheid te verlagen tot ruim 4 knopen en langzaamaan vaar ik door de mist. Het is goed uitkijken naar de boeitjes van de visnetten die her en der in het water liggen. Het is ook nog mogelijk dat iemand met zijn boot(je) op pad is zonder Ais. (Met de Ais zie ik andere boten met een dergelijk systeem op de kaartplotter. Ook de vaarrichting en de snelheid. Erg handig en het verhoogt de veiligheid). Na een paar uur turen in de mist kom ik in de buurt vaan de Islas Cies. Een belangrijk natuurgebied in deze regio. Ter hoogte van deze eilanden trekt de mist op en wordt het zonnig en warm. Ik kan op afstand genieten van de prachtige eilandengroep. Het is heel divers, zo te zien. Kale rotsen, beboste gedeelten en ook zandstrandjes. Naar dit eiland trekken dagelijks vele dagjesmensen, die gehaald en gebracht worden door vele Ferry’s. Ook komt nog een grote groep dolfijnen langs.

Dolfijnen…. lastig te fotograferen

Ik blijf een aantal dagen in Vigo. Enerzijds omdat het een fijne stad is met gezellige pleintjes en straatjes, maar ook omdat op de oceaan er hoge golven zijn, waarschijnlijk een overblijfsel van een van orkanen uit het Caraïbisch gebied, of een andere depressie diep op de oceaan. Ook in de haven werken de golven door en de Aja ligt flink te trekken aan de landvasten (touwen waar het schip mee vast ligt). In een ander deel van de haven bespeur ik de Win2win. Een schip waarmee Eltjo en Lilian al 2 keer de Oceaan zijn over gestoken. Voor mij zijn dat helden. Ik moet nog maar zien dat ik zover kom. Eltjo heeft op de Aja de ssb (waarmee je over grote afstanden kunt communiceren) zender ingebouwd. Helaas zijn zij nu even naar Nederland. Ik had ze graag even ontmoet.
In Vigo maak ik stevig wandelingen o.a. naar de Castro, een oude burcht, bovenop een heuvel, met een prachtig uitzicht. Hier zijn ook de fundamenten zichtbaar van een oude nederzetting van rond het begin van de jaartelling. Zaterdag de 23e wil ik weer verder, in principe naar Portugal. Maar weer is er een stevige mist. Ik wil eigenlijk nog maar een dagje blijven liggen, maar rond de middag klaart het weer op. Ik ga een klein stukje verder, naar Baiona, een kleine 2 uur varen. Als ik daar aankom roep ik met de marifoon de havenmeester op, die vraagt me naar de hoofdsteiger te komen. Voor mij totaal onduidelijk welke dat is, en mijn Spaans is nog niet zover dat ik dat kan vragen. Uiteindelijk pikt hij me met z’n rubberbootje op en dirigeert me naar een plek in de bijna lege haven. Hier is de swell van de oceaan heel goed te voelen. Het is niet echt comfortabel en slapen gaat ook moeizaam. Ik had nu ongeveer in Porto willen zijn, want Monique komt om m’n verjaardag mee te vieren. De mist en de enorme golven houden me nog een paar dagen in Baiona.
Op dinsdag 26 september vertrek ik dan naar de eerste Portugese plaats Viana do Castelo. Wederom ontstaat onderweg een dikke mist. Ik kan niet ver vooruitkijken en zo nu en dan doemen de vissersboeitjes op. Het is een dag van gespannen varen. Meet name voor de Portugese kust hebben de vissers veel netten uitstaan. Dus de hele dag rustig varen en nauwgezet uitkijken om geen lijnen of netten in de schroef te krijgen. Eind van de middag kom ik aan in Viana. In de haven is geen plek, dus ik moet aan de steiger in de rivier gaan liggen. Dat is geen straf, nog niet….
Ondertussen is Monique onderweg vanuit Schiphol. Omdat ik nog lang niet in de buurt van het vliegveld van Porto ben, moet Mo een ingewikkelde trein- en metroreis maken om bij de Aja te geraken In Viano. Daarover in de volgende blog meer…

Mist in de haven van Baiona

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Feest in A Dobra

De wifi in veel havens is een drama, zo ook hier in Vigo. Terwijl het buiten spoelt van de regen, ga ik proberen dit bericht te plaatsen vanuit een kroeg aan de haven…

Nadat ik Monique naar het vliegveld van Santiago de Compostela heb gebracht heb ik de plannen voor de verdere tocht uitgewerkt. In ieder geval tot Vigo, vandaar wil ik weer even naar Breda.
Dinsdag, 12 augustus wil ik nog in Portosin blijven om de omgeving wat te ontdekken en te genieten van de mooi plek. Vanuit de haven heb ik een mooi uitzicht over de baai. Veel vertrekkers gaan in de Ria’s voor anker. Ik ben dat niet van plan. In de eerste plaats omdat ik daar niet veel ervaring mee heb. Daarna lees ik ook nogal eens wat over krabbende ankers, ankers die vast blijven zitten en ander ongemak. Verder vind ik, als ik alleen ben, dat het dan wel heel erg stil/eenzaam is. Dus ik ga ook hier in de Ria’s telkens, luxe, in een haven liggen.
Het plan is om woensdag door te varen naar de volgende ria (de Arousa). Woensdagmorgen nestelt zich een stevig mist in de Ria de Muros. Onder deze omstandigheden wil ik niet verder varen. Het is enigszins riskant met de vele vissers hier en je ziet niets van het prachtige landschap. Rond de middag trekt de mist wat op, en ik besluit naar Muros te varen, 5 Nm verderop. Begin van de middag kom ik in Muros aan en wordt hartelijk welkom geroepen door Pascal (onze Bert…). Die vraagt al meteen om een biertje te komen drinken, maar dat sla ik nog maar even af, nog zo vroeg… Maar later in de middag komt dat goed. We drinken bij mij aan boord een paar pinten en gaan ’s avonds in het dorpje wat eten.
Muros is toch wel het leukste dorpje tot nu toe. Prachtige oude straatjes, met verrassende bochten en pleintjes. Dus hier ook maar een paar dagen blijven.

kerkje in Muros

Pascal vertrekt al de volgende dag, want hij heeft besloten zo snel mogelijk naar warm weer te zeilen, dus richting Algarve. (hij houdt me tot nu toe op de hoogte en ligt inmiddels al ruim in Portugal. Ik hoop dat hij ook geniet van de omgeving en het binnenland.).
Op vrijdag wil ik alvast betalen bij havenkantoor. Er staat op een bordje dat het kantoor pas om 10 uur open is, en ik wil al eerder vertrekken. Echter de havenmeester geeft aan dat het kantoor morgen zeker al om 7 uur open is. Dus dan maar afrekenen, kan ik ook meteen de sleutel van de poort inleveren. Volgende morgen om 8.30 uur geen havenmeester. Ik besluit hem uiteindelijk maar via de marifoon op te roepen, en ja, ik krijg antwoord. Een van de havenmeesters is een Duitser, die in een bootje tegenover mij ligt. Hij vraagt of ik nog een uurtje kan wachten. Daar heb ik geen zin in, uiteindelijk komt ie uit zijn boot en helpt hij mij van het benodigde havengeld af. Het blijkt uiteindelijk een heel aardige man te zijn, die op z’n gemakje zijn leven leeft. Hij woont al 3 jaar op z’n boot in Muros. Mijn bestemming die dag, A Pobra do Caraminal, vindt hij een heel goede keuze. Het is een heel relaxt tochtje, grotendeels op de motor. Zo nu en dan dolfijnen rond de boot, en de Jan van Genten schieten weer als een raket het water in, heel spectaculair. Als ik de Ria invaar begint het wat te waaien, en kan ik wat zeilen, niet hard, maar ik heb de tijd, en geniet van de stilte. Na 1,5 uur zakt de wind in en gaat de motor weer aan. Net voor de haven staat een vervelende valwind. Ik ben blij dat de havenmeester me staat op te wachten en een handje toesteekt bij het afmeren.
In A Pobra, is het volop feest. Heb ik weer… Het mooie en gezellige stadje is bomvol. ’s Avonds zijn de terrassen afgeladen vol, zodat het lastig is ergens wat te eten te krijgen. Dan maar een frietje op de kermis. In plaats van een vorkje krijg je hier een satéstokje om de frietjes naar binnen te werken, schiet niet echt op. Er is veel muziek en een enorme harmonie maakt indruk, ook als ze later door de stad marcheren. Op het plein spelen amusementsorkesten, heel professioneel, maar erg gladjes. Het plein is vol met dansende oudjes (van mijn leeftijd en ouder…).

Dansende soort/lot genoten

De keiharde muziek gaat tot zeer laat door, dus kan slecht slapen. Op zondag veel kanongebulder en een processie. Indrukwekkend hoe de mensen hier mee omgaan. Er zijn duizenden mensen op de been, aangevoerd met heel veel bussen. Hier en daar wordt een traantje weggepinkt. Wat bijzonder. Ik zou maandag willen vertrekken, maar het gaat veel regenen en de wind is uit het zuiden, daar heb ik ook niet veel aan. Geïnspireerd door Pascal heb ik ook besloten toch wat vaart te maken. Het weer zal er niet beter op worden zo richting herfst. De volgende haven wordt Vigo. Voor mij daarna (een voorlopig) afscheid van Spanje…

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Ria’s

Terwijl de wasmachine haar (is dat vrouwelijk?) werk doet, neem ik weer even de tijd om een berichtje te schrijven.

Heb ruim 1,5 week in La Coruña gelegen. Bij aankomst, na de overtocht over de golf van Biskaje, ’s nachts hebben we de dichtstbijzijnde ligplaats gekozen. Het is e en grote haven, maar nagenoeg geen boten. De steiger aflopen neemt al gauw 5 minuten in beslag en daarna naar de stad nog eens zo’n 20 minuten. Maandag 4 aug. Komt Monique naar Spanje. Ze is nog herstellende van een gecompliceerde beenbreuk en loopt lange afstanden met krukken. Daarom ben ik op zaterdag (na eerst getankt te hebben) gaan verhuizen naar de haven in de binnenstad. Dat is meteen ook veel gezelliger, o.a. omdat daar medevertrekkers liggen die ik op de vertrekkers dag in Enkhuizen heb ontmoet (Diny en Marten van de Dayak en Joris en Bert van de Panta Rhei). Het is leuk om de verhalen te horen over wat ze hebben meegemaakt en wat de vervolgplannen zijn. Daar zitten ook altijd weetjes bij die voor mijn reisplanning handig zijn. Op zondag bekijken we in een kroeg op het plein van Maria Pita de wedstrijd van Max Verstappen. Max rijdt weer eens wedstrijd uit, dus wij hebben een gezellige middag.
Maandagavond pak ik een rechtstreekse bus (er rijden er 2 per dag) naar het vliegveld in Santiago de Compostela. Daar landt Monique en we blijven daar in een hotel om de stad te bezoeken. S’ avonds wandelen we er rond. Er heerst een mystieke sfeer rond de kathedraal.

Santiago de Compostela foto Monique

Je waant je er meteen in een wereld van rond de middeleeuwen. We ontdekken een gezellig pleintje waar we een lekker wijntje drinken en wat tapas verorberen. De volgende dag, dinsdag, wandelen we nog wat rond en op het eind van de middag zoeken we het station op. Monique heeft een flinke koffer bij zich met, op z’n minst, haar hele zeilgarderobe, toch zo’n ruim 25 kilo, begreep ik. Dat viel niet mee toen bleek dat de trein de ene keer op spoor 3 zou stoppen en daarna weer op spoor 5. We vertrekken vanuit een zonnig Santiago en naarmate we la Coruña naderen wordt het steeds bewolkter en gaat het ook nog regenen. Galicië is erg vochtig. De Spanjaarden zijn blij met zo’n vruchtbare en vochtige streek. Woensdag zijn we in een zonnig La Coruña verbleven en hebben we genoten van de gezellige straatjes met talloze tapastentjes in allerlei soorten en maten. In la Coruña ontmoeten we een solozeiler die een paar keer bij ons langs komt en een gezellig praatje heeft. We hebben geen idee hoe hij heet, maar we noemen hem maar “Bert”. Een bijzondere man. Hij heeft nog een goede tip, om niet naar Muxia te varen maar naar Camarinas, daar ligt het rustiger. In de havens van La Coruña staat regelmatig een soort vervelende golfslag die de boten hard aan de landvasten doet trekken.
We vertrekken donderdag om 8 uur naar de Ria de Camarinas. We varen dan langs de Costa da Morte (de kust des doods). In het verleden zijn hier veel schepen vergaan. Er wordt gezegd dat de kustbewoners de navigatievuren expres doofden om zo de zeelui in verwarring te brengen en te kunnen profiteren van de aangespoelde buit. Voor zover ik de Spanjaarden nu ken, kan ik me dat absoluut niet voorstellen. De mensen zijn uiterst vriendelijk en correct. Zodra we de baai uitvaren voelen we de deining van de oceaan. We hebben weinig wind (en natuurlijk op kop) dus het grootzeil staat en de motor zorgt voor de snelheid. De koers gaat steeds meer zuidelijk en om een uur of 5 komen we aan in Camarinas. Een vriendelijk haventje met een mini havenkantoortje en een havenmeester die iets wegheeft van een inspecteur Columbo. De omgeving is prachtig. Groene heuvels die uit het water oprijzen. En bijna windstil. In het dorpje vinden we wat gezellige terrassen. ‘S-avonds wordt het wel koud, dus lang buiten zitten is er niet bij. Monique bereidt een heerlijke pasta maaltijd. (Als ik alleen ben komt er van koken niet veel, moet ik zeggen.) We ontmoeten er weer 2 vertrekkers die er met hun Trimaran voor anker liggen. Leuk om even bij te praten. We blijven er 2 nachten. Bert vertrekt al na 1 dag, hij gaat de warmte opzoeken van zuid Portugal.
Zondag gaan we weer verder en gaan naar Portosin in Ria de Muros. Het is weer motorzeilen, met de beperkte wind op kop. We passeren de Kaap Finisterre.

Monique loodst met vaste hand de Aja langs Finisterre

Onderweg weer wat dolfijnen en ik denk zelfs de rug van een walvis gezien te hebben op zo’n 20 meter van de boot. Vanaf Portosin is het wellicht het makkelijkst om weer op het vliegveld van Santiago te komen. Het openbaar vervoer langs de kust, hier in Galicië, is dramatisch. We besluiten daarom de makkelijkste oplossing te nemen: de taxi naar het vliegveld. We (de taxichauffeuse en ik) zetten Monique eind van de morgen af op het vliegveld en ik rij weer mee terug.
En dan kom je weer aan boord, en dan is het wel weer heel stil. Ik ga overdenken hoe mijn komende weken er uit zien. Het weer is niet echt geweldig, veel laaghangende bewolking en soms motregen. Mogelijk dat de herfst hier ook al z’n (mannelijk?) intrede doet. Ik voel er voorlopig niet veel voor om ergens te gaan ankeren. Dat zou natuurlijk wat geld uitsparen (een heer van stand praat niet over geld, een heer heeft geld…), maar de havens zijn hier redelijk goedkoop. Je kunt op elk moment van boord voor een terrasje of een wandeling.

…een heer van stand.
foto Monique

Het doel is om eind september in Vigo te zijn en vandaar weer even naar huis te gaan. Mogelijk kan in die periode mijn moeder verhuizen naar een aanleunwoning in een zorginstelling… We zullen zien. Morgen naar de Ria de Arousa…
Hasta la proxima!

Portosin

De Aja in Portosin
foto Monique

Geplaatst in Geen categorie | 10 reacties

(L)A Coruna

(L)a Coruña!!!

Jaja, dit schrijf ik vanuit La Coruña, we zijn er! In mijn korte zeilersleven is dit toch wel een absoluut hoogtepunt. Zondagmorgen 27 augustus, om 0.15 uur meren we aan in de jachthaven van La Coruña.
In Camaret ben ik dagen lang de weerkaartjes aan het bestuderen om het beste moment te kiezen om de Golf van Biskaje over te steken. Er zijn altijd wel een paar dagen met goed weer, maar eigenlijk nooit voor een periode van 4-5 dagen. Dinsdagavond arriveert Serge met de auto in Camaret. Hij heeft de hele dag gereden (950km) en heeft een drukke periode op zijn werk achter de rug. Dus woensdag is een dagje om een beetje te wennen aan het boordleven en om de omgeving wat te verkennen. Vertrekken op donderdag lijkt een goede optie. Dus ook maar flink boodschappen inslaan om voldoende en makkelijk voedsel te hebben. We gaan uit van 4 dagen, maar je moet ook rekening houden dat het wat langer kan duren. Serge stelt voor om de kok aan boord te worden en gaat een maaltijd met kipkerrie en witlof bereiden. Dat hoeven het dan alleen maar op te warmen. Verder gaan er veel koekjes mee, (te) veel brood, wat frisse toetjes(pap) enz. We duiken woensdagavond op tijd in onze kooi om zo verkwikt mogelijk te vertrekken.
De wekker gaat om 7 uur en we bereiden ons en de Aja voor op het vertrek. 8.30 gooien we de trossen los. Het is echter wel erg mistig. We besluiten toch uit te varen, en in de dichte mist en over de route die ik heb uitgezet op de plotter (soort TomTom) varen we door de Baai van Brest. Door de mist kunnen we niet de mooie, maar ook gevaarlijke rotsen zien.

De kust van Bretagne, foto van Serge

Maar langzaamaan breekt de zon door en varen met een hogere snelheid (we hebben het tij mee) richting de oceaan. Er staat nauwelijks wind, maar we zetten toch het grootzeil (met 1 rif) als steun tegen het slingeren. We voelen langzaam de deining van de oceaan, maar ook de grillige stroming rond de rotsen van Bretagne. Er staan heel vervelende golven, zonder structuur, en de boot wordt heen en weer geslingerd. Binnen zitten is geen doen. Dankzij de pleisters krijgen we geen van beiden last van zeeziekte. We varen de hele dag op de motor, en de elektrische stuurautomaat stuurt. Eind van de middag warmt Serge de kipkerrie op en hebben we een lekkere warme hap in onze magen, maar eten is toch wel erg lastig. Je aan en uitkleden om te gaan slapen is een moeizame onderneming en regelmatig word je gelanceerd en moet je opletten niet ergens tegen aan te worden gekwakt. Naar het toilet gaan is topsport, omdat het zeilpak dan uit moet…We besluiten om 21 uur het wachtlopen te starten, 3uur op en 3 uur af. Ik ga om 9 uur te kooi in de kuip in de stuurboordbank. Met een soort slingerschot en kussens lig ik daar lekker stevig en heb weinig last van de bewegingen van de boot. Aan het begin van mijn “shift”, word ik door Serge geroepen, hij vaart inmiddels in een gebied dat vol ligt met vissersboten. Het is aardedonker, want het is nieuwe maan. De vissers zijn wel goed verlicht en zijn ook allemaal via de ais op de plotter te zien. We zien een gaatje om er tussendoor te varen en blijven op veilige afstand van de enorme lampen en knipperlichten. We zitten hier in het gebied waarbij de diepte van enkele honderden meters overgaat naar zo’n 4 km diepte. Blijkbaar levert dat veel vis op. In de zeer donkere nacht maken we goede voortgang, we varen rustig op de motor met een snelheid van zo’n 5 knopen. Het eten aan boord gaat moeizaam. De Aja slingert enorm en binnen zijn is eigenlijk geen optie. We eten dus veel van die koekjes. Inmiddels springen de dolfijnen regelmatig langs onze boot. In gebieden waar veel vis zit duiken de Jan van Genten met grote snelheid in het water, en de dolfijnen komen hoog uit het water om hun prooi te bespringen. Een spektakel. In de loop van de dag komt er wat meer wind en kunnen we zeilen. Gelukkig, want er is maar voor ca 2 dagen diesel aan boord, dus ongeveer de helft zou minimaal op het zeil moeten. Vrijdagmiddag hebben we via de satelliettelefoon nog contact met Monique die een laatste stand van zaken geeft over de te verwachten wind. Prima condities voor het laatste deel van deze reis. Tijdens de nacht gaan we verder op de motor en dan kan ook de elektrische stuurautomaat aan. Onder zeil sturen we met de Hydrovane. Dat gaat prima. Tijdens mijn wacht van 3-6 uur neem ik wat koeken en een beker koude melk. Dat had ik dus niet moeten doen… Als Serge wacht loopt houdt de elektrische stuurautomaat het weer voor gezien, en de Aja vaart plotseling een heel andere koers. Serge roept mij om te komen helpen, en dat gaat nogal hectisch. Mijn maag komt in opstand. Als ik weer in mijn kooi lig moet ik overgeven, dat was de melk. Daarna ben ik nog wel wat zwakjes maar het was goed dat ik het kwijt ben. Serge heeft zijn hele shift met de hand gestuurd. Smorgens konden de zeilen weer worden gehesen en hebben we de windvaan weer aan het werk gezet. Overdag heerlijk kunnen zeilen en in de loop van de middag, het is dan inmiddels zaterdag, zien we de bergen van Spanje verschijnen. Die dag spelen er weer veel dolfijnen naast en onder de boot. We zien ook nog 3 walvissen. Gelukkig niet te dichtbij. De wind trekt aan en we spuiten met een flink vaartje (6-7 knopen) richting la Coruña. Er staat een oostenwind die uiteindelijk aantrekt naar een kleine 6bft. De zeilvoering is niet optimaal. De boot is erg loefgierig en de Hydrovane kan het schip niet goed op koers houden. Maar de Aja houdt zicht geweldig. Ze zeilt geweldig en ze is in haar element met deze wind. We besluiten met de hand te sturen en de Genua verder in te rollen. Door dat oploeven wijken we flink van onze koers af. We zoeken onze uitgezette route op en uiteindelijk kunnen voor de wind meer naar het westen. De nacht valt weer in en ik twijfel of we wel ’s nachts in het pikkedonker deze vreemde haven aan zullen lopen. We besluiten het toch te doen, de te varen koers is helemaal uitgezet tot in de haven, we hoeven dus eigenlijk alleen dit te volgen. De kust is een zee van licht en het is lastig om de voor ons belangrijke lichtjes er uit te pikken. Serge zit binnen en leest de kaart en geeft aanwijzingen welke richting we moeten varen. Afstanden zijn moeilijk in te schatten. Maar het gaat perfect. Tja en dan liggen we om 12.15 in een box. Rust. We voelen ons allebei nog heel fit en van Serge had de tocht nog wel wat langer mogen duren. Maar voor mij is er een heel belangrijke mijlpaal bereikt. Na alle tegenslag in het begin is dit een heel erg positief kantelpunt. Het vaarseizoen is nu een stuk langer, dan als ik bv aan de Franse kust was blijven hangen. De komende maanden kan ik op m’n gemakje de Spaanse en evt. Portugese kust afzakken. Maar kan ook in La Coruña blijven. Het is een geweldige stad, heel bourgondisch, honderden eettentjes, mooie boulevards. Alleen het weer…. Het regent hier vandaag de 29e aug. Al de hele dag, terwijl in Nederland de stranden druk bevolkt zijn. Ach ik ben nu toch liever hier.

De Aja in La Coruna. Foto Serge

Serge heeft net afscheid genomen en gaat nu met de bus naar Bordeaux en probeert vandaar weer in Camaret te komen om z’n auto op te pikken. Dank je Serge voor het meevaren, je was een geweldige maat. Maandag komt Monique en daar kijk ik enorm naar uit…
En m’n moeder? Daar gaat het heel goed mee. D’r gezondheid is stabiel en ze hoopt over een aantal weken het zorghotel te kunnen verlaten en een aanleunwoning te kunnen betrekken.

Geplaatst in Geen categorie | 12 reacties

Camaret

Nadat we afscheid hebben genomen en afspraken hebben gemaakt over een oversteek van de Golf, duwt Serge de Aja los van het ponton een gaat zelf met de watertaxi naar de wal.
Aja en ik vervolgen onze tocht in mooi weer en langs de prachtige kust van Noord Bretagne. De volgende haven Roscoff, is makkelijk te halen in 1 getijde. Dat komt goed uit want ik wil weer met laag water aankomen. Ook in de haven van Roscoff schijnt het aardig te stromen, en dat maakt het aanleggen extra lastig. Het waait nauwelijks en het beetje wind komt natuurlijk weer uit het westen, weer tegen de wind in, dus weer heel dit stuk op de motor afgelegd. De ondertitel van dit blog, dat het over een zeilreis zou gaan, is tot nu toe misplaatst. Om een uur of 5 kom ik aan de in haven, beetje kruipdoor/sluipdoor naar de ingang. Maar daar ligt een prachtig en een nagenoeg nieuwe marina. De havenmeester helpt me met aanleggen en dat is nodig omdat de stroom me toch aardig verrast en ik met te hoge snelheid tegen de steiger aan dreig te komen. Het complex is heel ruim opgezet, en doet me denken aan de futuristische decors uit de James Bondfilms met Roger Moore. Ik zou er wel een dagje willen blijven, vanwege de luxe omstandigheden. Maar ik besluit toch maar door te gaan. De volgende dagen zijn de weersomstandigheden gunstig, dwz niet te harde wind voor mij als solozeiler (want ik ben en blijf voorzichtig).
Dus maandag beetje uitgeslapen en toch maar door naar L’Aberwrach. Weer een makkelijk dagtochtje, wederom langs de schitterende kust. Bij hoog water vertrekken en bij laag water aankomen. Deze haven ligt weer aan een riviertje. Bij het uitvaren mag ik van de havenmeester tussen een vertrekkende en een aankomende ferry de haven uit. Ben rond 5 uur in L’Aberwrach, ongeveer met laag water en de havenmeester wijst me een plekje aan in een uiterste hoek van de haven. Niet echt prettig want hoe kom ik er straks weer weg. Ik meer altijd graag aan bakboord aan, ivm de wielwerking van de schroef van de Aja, maar nu ben ik min of meer gedwongen door de havenmeester om aan stuurboord aan te leggen. Hij helpt me gelukkig vanaf de steiger. Uiteindelijk ben ik hem hiervoor dankbaar, want het weer wegvaren ging nu heel makkelijk… L’aberwrach heeft voor mij wel een bijzondere naam, nogal eens over gelezen in zeilbladen, maar altijd een bestemming die te ver weg ligt voor een vakantie uit Nederland. Op zich een leuk plaatsje, maar supermarkt en een pinautomaat zijn een half uur lopen hier vandaan. ’s Nachts is het erg onrustig in de haven. Om 12 uur komen nog een paar boten aanleggen, mensen blijven nog tot een uur of 3 kletsen, om 7 uur gaan de eerste boten weer. Ik heb er de balen van en besluit ook maar weer te vertrekken. Op naar Camaret, de laatste bestemming voor ik de Golf van Biskaje over kan steken. Bovendien is het die dinsdag weer mooi en zonnig weer en nagenoeg geen wind. Dat komt in dit geval goed uit, want we moeten door het Chenal du Four, een vrij smalle geul, tussen allerlei rotsen door die je eigenlijk alleen moet nemen als het zicht goed is en er niet teveel wind staat. Wederom een prachtige tocht en de passage van het Chenal verloopt vlekkeloos, ik ben overigens niet de enige, er zijn meerdere boten die deze route nemen en zo kun je elkaar ook een beetje volgen. In dit Chenal ruim 2 knopen stroom mee, dus het schiet lekker op. Het laatste stukje, in de baai van Brest komt er voor het eerst deze reis wind in de rug (voor de wind), niet hard genoeg om te zeilen, en ik ben bijna bij de bestemming, maar het geeft hoop voor de toekomst; het kan hier blijkbaar ook anders waaien dan alleen maar uit het westen.
En dan lig ik nu in Camaret, te wachten op een “weergat”’ om de Golf over te steken en op Serge de opstapper die me gaat vergezellen. Het wachten hier is geen straf. Camaret is een prima plaatsje, met heel veel semi kunstgalerietjes en leuke kroegen met ook locals. Beetje hippieachtig. Het is wel een eindje lopen vanaf de haven, dus voor het kopen van een stokbroodje moet ik wel een uurtje uittrekken. Verder hier veel internationale boten, vooral Scandinavië en Engelsen, maar ook een paar Nederlanders. Een paar meter verderop ligt een klein zeilbootje met een muzikantenechtpaar, soms zitten ze in het bootje te oefenen, maar ik heb ze ook al een paar keer zien optreden in het dorpje.

Mijn “buren” aan de toegangsweg naar de haven. Hier ben ik ook gestrand…

Ik hou het hier wel even uit…. Doe wat klussen aan boord en heb o.a. de stuurautomaat weer aan de praat gekregen. Er was een zekering kapot, die heb ik maar vervangen door een wat zwaardere. Blijkbaar heeft de automaat op weg naar Lezardrieux te hard moeten werken. Zo, nu tijd voor een wandelingetje!

Geplaatst in Geen categorie | 6 reacties