Nog meer deining

In Almeria blijf ik zo’n 2,5 week hangen. De kikker op de mast is gerepareerd. Het bedrijfje heeft na lang zoeken dezelfde, als die zij hebben afgebroken, kunnen terugplaatsen. De stad is ongeveer net zo groot als Breda. Het eerste oordeel is dat het een zeer luxe plaats is, met een brede en keurig onderhouden Ramblas en een paar mooie winkelstraten, maar daarbuiten is er veel verval. De openbare ruimte is onverzorgd, de stedenbouw onlogisch (flatgebouw van 8 verdiepingen naast een pand met 3 verdiepingen, maar dat komt vaker voor in Spanje) maar wat met het meest stoorde was het horecabeleid. Althans ik weet niet of het beleid is, maar het geval is dat je niet zomaar op een terras een biertje bestellen, daar hoort automatisch een tapasje bij, incl. de prijs. Je betaalt dus tussen de 2 en 3 euro voor een biertje, wat voor deze streek best duur is (even een Hollands praatje). Er zijn wel cafés waar je alleen bier (of iets anders natuurlijk) kunt drinken maar dat zit verschanst achter min of meer dicht getimmerde, soort van, disco gelegenheden. Die gaan vaak ’s middags al open, tot vroeg in de morgen. Enfin het vraagt wat aanpassingsvermogen en deze reis is er ook om me te verwonderen over de dingen die je aantreft. Het is een relaxte tijd hier, in afwachting van de reparaties en betere wind. Ik heb het lezen (her)ontdekt. M’n e-reader komt goed van pas. Ik bezoek op de valreep nog een piepklein gitaarmuseum, waar ik vanwege m’n (hoge) leeftijd weer met korting naar binnen mag. Het is ingericht rond de gitaarbouwer Antonio de Torres, die in Almeria en Sevilla in de 19e eeuw gewoond en gewerkt heeft. Toch leuk om te zien… Verder ga ik er naar de kapper en bezoek zo’n beetje elke dag de supermarkt om de voorraden aan te vullen, want die is om de hoek bij de haven.
Donderdag 31/5, om een uur of 9, gooi ik de trossen en ga eerst even tanken en vaar dan richting Cabo de Gata (kaap van de katten). De zee is redelijk rustig en ik trek het grootzeil omhoog voor wat extra voortstuwing. De motor loopt prima, dat is toch even afwachten als er wat aan gesleuteld is… Bij de kaap had ik wat meer wind verwacht, maar juist de golven nemen ertoe en ze komen dwars op de Aja, waardoor het grootzeil erg gaat klapperen. Die gaat dus weer omlaag. De kust is hier prachtig. Prachtige bergen en rotsen. Dit gebied is een natuurreservaat. Geen hotels e.d. (later kom ik langs de kust dit illegaal gebouwde hotel tegen dat nu weer wordt afgebroken. Met grote letters erop geschilderd “hotel ilegal”).

Hotel ilegal

Mijn doel is San Jose, een piepklein haventje. Ik had via internet al contact gehad of er plaats zou zijn, en ik werd keurig beantwoord dat dat het geval is. Na het ronden van de Cabo de Gata, is het nog maar een klein stukje en je komt in de baai van San Jose. Het ziet er geweldig uit. Het lijkt of de marina uit de rotsen is gehakt. Ik roep de haven op en een marinero staat aan de kant en geeft me een fijn plekje aan een betonnen steiger, zodat ik nu eens “normaal” via de zijkant van boord kan stappen. Ik lig hier prachtig. San Jose is piepklein, maar zo’n 900 inwoners, maar dat zal in het vakantieseizoen verveelvoudigen.

De kleine haven van San Jose

Ik check in bij de receptie en schrik me rot van de ligprijs voor een nacht, ca € 47. Dat ben ik nog niet tegengekomen op m’n reis. Maar goed, ik zal moeten accepteren dat langs deze kust de komende 3 maanden er veel geld gevraagd zal worden voor een plekkie. Nou ja, als het geld op is, verkoop ik de boot en ga weer naar huis…. Ik wil hier wel een paar dagen blijven. De cafeetjes zien er leuk uit, het heeft een beetje hippieachtige sfeer, totaal anders dan de meeste badplaatsen hier (voor zover ik er nu over kan oordelen). Die paar dagen worden algauw een week omdat er of onweersdreiging is of er een stevige wind staat. Enfin dus veel lezen maar weer, wandelen en wat klusjes doen. Een van die klusjes is om de MOB 1 in te bouwen in m’n reddingsvest. Dat ding geeft een signaal als je overboord slaat naar de plotter en geeft aan waar je bent. (Voor mij alleen eigenlijk zinloos). Ik maak het reddingsvest open, blijkt de cilinder, die de lucht in het vest moet blazen, niet te zijn aangesloten. Die zit er los in…. Heb ik een jaar lang keurig mijn reddingsvest op zee aangehad, die opgeblazen zou zijn als ik overboord gegaan was. Het andere vest ook maar nagekeken, maar dat was in orde. In de haven ligt nog een Nederlandse boot, een prachtige Trintella. Ik word door de bemanning (Carla en Klaas) uitgenodigd om een borreltje te komen drinken.
Er waait bijna constant een zuidwestelijke stevige wind (de Poniente). In de haven staat inmiddels een enorme swell, dat betekent veel deining en onrustige nachten. Op dinsdag waait het echt enorm, vlagen van over de 30 knopen, (wederom niet voorspelt) en het gaat onweren, nou ja 1 onweer, 1 stevige klap in de bergen. Even later komt er een rookpluim op achter een berg vandaan; brand, een half uurtje later allerlei blusvliegtuigen en na een uurtje is de brand zo goed als geblust. Toch snel en adequaat geregeld…

fik na een klap onweer

Ik kijk er naar uit te vertrekken en een haven verder te zoeken. Dat zal Garrucha worden. Zo’n 30 Nm verder. Wederom een mooi dagtochtje. Donderdag 7 juni vertrek ik, weer eens richting noorden (tot nu toe eigenlijk alleen een zuidelijke en oostelijke gevaren). Op zee staan er vervelende dwars golven en het waait te weinig om te zeilen. Ik vertrek om een uur of 8 en hoop begin van de middag in Garrucha aan te komen. Rond de middag trekt de wind aan en kan de genua uit. Bij het naderen van de haven gaat ie weer in, en merk dat er een stevig wind staat. Ik roep de marina op, en krijg in het Spaans iets van nog even wachten (2 minuten??, office e.d.). Ik weet echt niet waaraan te leggen en het waait inmiddels stevig. De haven ziet er heel onoverzichtelijk uit als je aan komt varen. Ik draai maar wat rondjes en hoop niet te veel aan lagerwal te geraken. Dan zie ik iemand op een fiets met een fluorescerend pak die afstapt. Ik vaar maar die kant op, want dat zal de havenmeester zijn. Die man gaat maar eens rustig op een bankje zitten, ik roep naar hem, maar hij begrijpt er niets van. Geen marinero dus…. Maar weer terug naar de ingang van de haven, en dan zie ik de echte marinero, hij wenkt me. Ik kan aan een lange betonnen steiger, langszij aanleggen. Het deint er flink. Gelukkig kan de onderwaterlijn (die gebruikt wordt voor het op mediterrane wijze aanleggen) bovenwinds aan de Aja worden gelegd, zodat de boot van de steiger af wordt getrokken. Die nacht kan ik nog redelijk slapen, er is wel wat swell, maar valt mee, maar de volgende dag wordt de deining echt erg. De Aja springt op en neer op de golven. Ik probeer de boot nog verder van de kade te trekken en beknel daarbij bijna m’n vinger. Dat liep net goed af. Die dag worden in die haven er ook nog eens 2 zeeschepen gevuld met zand, in combinatie met die harde wind, is de lucht van de haven gehuld in een crèmekleurige mist als gevolg van de zandstorm. De boot zit helemaal onder, en ook binnen ligt een laagje zand… Uit deze haven moet ik zo snel mogelijk weg. Ondanks de redelijk goedkope liggelden, is het hier niet prettig toeven. De douches/toiletten zijn totaal versleten. Doe er nog boodschappen, want er is een hele fijne supermarkt vlakbij. Zaterdagmorgen sta ik om 7 uur op, en om 8 uur maak ik los voor een trip van bijna 50Nm, zo’8-10 uur varen, naar Cartagena. Met mij vertrekken nog een paar boten. Er staat aanvankelijk nog niet veel wind, maar de golven zijn nog wel vervelend. Ik hijs het grootzeil om het slingeren wat tegen te gaan en het geeft nog een half knoopje extra snelheid. Wat me opvalt aan de Middellandse zee is dat er (tot nu toe) weinig zeeleven is, nauwelijks dolfijnen, geen zeevogels (enkele kleine bruine…?), maar dan kom ik toch nog een groepje grote dolfijnen tegen. Het lijkt of ze liggen te slapen. Allen met de ruggen/vinnen net boven water, een enkele zwemt wat. Ze hebben geen interesse in mij…jammer. Net na vier uur kom ik bij de prachtige ingang van de haven van Catagena. Hier en daar springt een vis uit het water. De bodem loopt hierop van enkele kilometermeters naar een meter of 50. Er staat daardoor een beetje rare zee…. Geen echte golven maar een raar soort deining. Ik vaar stuurboord naar de haven van Yacht Port Cartagena. Het ziet er redelijk vol uit maar bij het binnen varen blijken er nog genoeg vrije plaatsen. Ik moet aanmeren op de mediterrane wijze, ik besluit met de boeg naar de kant, een drijvende steiger. Die ligt wat laag, dus dat wordt een acrobatische oefening om via het anker van de boot af te komen. Het aanmeren gaat met behulp van een marinero, perfect, m’n zelfvertrouwen groeit. Ik besluit maar meteen op zoek te gaan naar een bankje, waar ik op kan gaan staan, om op het anker te kunnen opstappen. Ik merk in de stad dat ik zeebenen heb, ik wankel wat en voel me niet helemaal topfit. Laatste nachten weinig geslapen en heel veel deining gehad, beetje landziekte denk ik. Bij een Chinese markt (in Nederland verkopen ze kroketten en frikandellen, maar hier in Spanje hebben ze allemaal van die rommelwinkels…) koop ik een opklapbaar bankje. Makkelijk mee te nemen.

Mijn opstapper

Vlakbij de haven is een folkfestival gaande, met hele goede muziek. Het weer zit echter niet mee. Heftige regen- en donderbuien. Ik ga op tijd pitten. Heerlijk weer eens op een stilliggende boot. Cartagena is mijn bestemming voor de komende weken, omdat Monique begin juli naar Alicante komt (vlakbij) en je na een week krijg je 1 nacht gratis (gemiddeld € 28/nacht). Het is een echte vertrekkershaven, de windmolens en spoilers zie je overal. Leuk om daar onderdeel van te mogen zijn. En Klaas en Carla met de Noorderzon liggen er ook die ik al in San Jose had ontmoet. Cartagena is een bijzondere oude stad. Er zijn nog heel veel relicten uit de Romeinse tijd. Er zijn veel musea, genoeg te doen dus…

Cartagena Romeins theater

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

stedentripjes

 

In Fuengirola moet ik een klein weekje door zien te komen tot Monique komt. Ik doe wat klusjes aan de boot (regelmatig het dek schoon spuiten want in deze regio heb je veel “last” van het saharazand). Op zaterdag ga ik een dagje naar Malaga, alvast wat verkennen, want met Mo zal ik er ook heen gaan. Ik ben blij om weer in een Spaans aandoende stad te zijn. Ik vind Malaga wel een vrolijke stad, veel terrasjes en ook wel behoorlijk wat toeristen, maar ze voeren er niet de boventoon. Het beklimmen van de Alcazaba laat ik voor als Monique er is.

 

Op 7 mei, eind van de ochtend, komt Monique aan in Malaga, ik haal haar op van het vliegveld. We slenteren wat door Fuengirola en proberen er achter te komen hoe we met de bus het beste naar Ronda kunnen komen. De volgende ochtend gaan we meteen naar dit prachtige bergstadje. Ronda is gebouwd aan de rand van een soort klif.  Een gorge, waar een klein beekje door stroomt, splijt het stadje in tweeen. We maken er mooie rondwandelingen o.a. om foto’s van de spectaculaire oude gemetselde brug, die over het ravijn van het beekje is gebouwd, te maken.

Ronda, de imposante brug (foto Monique)

We lunchen op een terras met prachtig uitzicht. Tegen de avond gaan we weer terug met de bus naar Fuengirola. ’s Avonds vinden we op een afgelegen pleintje een tapastentje, ver van de toeristendrukte, waar we een tapasje eten.

De volgende dag, woensdag, varen we naar Caleta de Velez, dat ligt aan de andere, oostelijke, kant van Malaga. We hebben er nog even over gedacht om naar Benalmadena te gaan, waar een om en tante van Monique vakantie vieren. De afstand naar dit plaatsje is erg kort en we willen toch zo ver mogelijk richting Alicante, vanwaar Monique weer terug vliegt naar Nederland. Het is zo’n 30 Nm dus een uurtje of 6 varen. Eind van de middag komen we er aan en worden geholpen door een marinero om aan te leggen (2x). Het kantoor is dicht, dus de volgende morgen definitief inchecken. Aan de toiletgebouwen wordt druk gewerkt, dat is maar goed ook, want het is niet al te proper en het douchewater wil niet weglopen. We willen morgen met de bus naar Malaga en gaan op zoek naar een bushalte en een restaurantje. Het seizoen is hier nog niet begonnen. Heel veel eettenten zijn nog dicht en uiteindelijk eten we in een modern tentje aan de haven. De volgende dag gaan we naar een bushalte waar de bus naar Malaga zou moeten stoppen. Engelsen die ook staan te wachten helpen ons de juiste bus te nemen. Het weer is wederom prachtig en we maken een gezellige wandeling door Malaga. We wandelen door de keurig foodmarket. We bezoeken de Alcazaba, waar ik kan profiteren van mijn leeftijd en voor 60 cent naar binnen kan (bejaardentarief). Het uitzicht is fantastisch. Ongelooflijk hoe zo’n 1000 jaar geleden dit soort enorme bouwwerken tot stand konden komen. De Moorse periode is nog goed herkenbaar.

Moorse invloeden… (foto Monique)

‘s Avonds weer terug in Caleta, proberen we ons nog door een berg tapas heen te eten. Helaas we hebben de strijd halverwege op moeten geven. Met ronde buikjes rollen we de kooi in. De volgende dag verder naar Motril. In de Pilot (Imray) staat aangegeven dat er maar beperkt plaats is voor bezoekende jachten. In deze tijd van het seizoen blijkt dat mee te vallen  en dat geldt ook voor andere havens waar ik tot nu toe geweest ben. Maar ik moet el zeggen dat er niet veel plaats lijkt te zijn…. We motorzeilen richting oosten. Onderweg valt 3x de motor uit. Een oud euvel dat zo nu en dan voorkomt. Maar nu valt de laatste keer zelfs de hele elektriciteit op het display uit, knopjes doen het niet meer. Gelukkig maar voor een paar minuten. We waren in gedachten al alternatieven aan het bedenken hoe we veilig in een haven zouden kunnen komen. Gelukkig start de Volvo weer. Ik ben nu vastberaden dat er een oplossing moet komen. In Motril (puerto) is ook een ligplaats beschikbaar in een redelijk gezellig haventje in een verschrikkelijke omgeving. Heel desolaat. Het is een ferryhaven richting Marokko. We leggen in de Middellandse zee weer met de boeg van de boot naar de kant. Over het anker kunnen we dan de kant op springen. Soms makkelijk, soms wat lastiger…it keeps me young! Maar ik maak me wel wat zorgen hoe ik daat straks solo moet gaan doen. Zonder hulp vanaf de kant zal dat lastig worden. Eind van de middag bel ik meteen met Volvo Europa (Belgisch nummer). De man aan de telefoon kan niet direct helpen (alleen maar vertalen?), maar is heel behulpzaam en belt met de dealer in Nederland (Van Dijke, die de motor heeft ingebouwd). Hans van Dijke begint meteen over een MDI-box, wat waarschijnlijk de oorzaak is. Een bepaalde serie heeft al bij meer boten een probleem opgeleverd. Hij gaat contact opnemen met Volvo. Ik kan maandag terug bellen. Hij geeft al aan dat we hier in zuid Spanje een Volvo dealer moeten opzoeken, die mogelijk kan helpen. Er is er een in Almeria, en daar willen we ook naar toe, omdat er een “redelijke” verbinding is naar het vliegveld van Alicante. Dus dat wordt de bestemming begin volgende week. We willen zaterdag naar Granada, dus weer op zoek hoe we daar vanuit dit oord er kunnen komen. Met googelen en navragen, komen we erachter dat we eerst met een lokale bus naar Motril (wat meer in het binnenland) ligt moeten en daarna met een streekbus naar Granada. De volgende morgen staan we op een plekje waar mogelijk de bus stopt, Gelukkig komen er al andere mensen bij staan. In 10 minuten zijn we bij het busstation van Motril. Vandaar uit is het een prachtige bustocht door de Sierra Nevada. De hoge toppen zijn nog besneeuwd. In Granada moeten we met een tram/metro naar het centrum. Het openbaar vervoer is in Spanje goed geregeld en spotgoedkoop. We doen geen poging om naar het Alhambra te gaan. We hebben gelezen dat je hiervoor maanden van te voren, via email, al moet reserveren. Dat is voor een zeiler lastig. Maar er is meer dan genoeg te zien. We beperken ons tot het noordwestelijk deel. We wandelen (op en af) door smalle middeleeuwse straatjes en drinken wat op gezellige terrasjes. Hier moeten we nog een keer terug komen…

Granada, optocht/processie. Het is nog niet duidelijk waarvoor? Voor wie? Mss omdat wij er vandaag zijn? Zal wel…

Zo blijf je nog wat te wensen overhouden. Begin van de avond pakken we weer de tram en bussen terug. We eten wat aan de haven. Zondag houden we een rustdag. Dat is ook wel eens lekker. Uit de jerrycans vullen we de dieseltanks nog wat bij, want de volgende dag gaan we naar Almeria, ongeveer 57 Nm. Er zal niet veel wind staan. We staan vroeg (nou ja, voor mij wel), tegen 7 uur, op. Ik ga de boot klaar maken voor vertrek, eten doen we onderweg.  Om 7.30 varen we de haven uit. Meteen komen we al een Ferry tegen die de haven in wil… er is gelukkig ruimte genoeg. De tocht op de motor verloopt voorspoedig en om een uur 5 lopen we de haven van Almeria binnen. Ik bel meteen van Dijke en zij geven aan dat ik hier naar een dealer moet en daar bespreken of het op een soort van verlengde garantie gerepareerd kan worden. De volgende dag slapen we uit en we bezoeken Almeria. De eerste indruk is dat het een chique plaats is, een prachtige Ramblas, mooie winkels. Maar buien het centrum zie je ook veel armoede, in de visserswijk bv. We wandelen naar het Alcazaba. Weer een vesting uit de Moorse tijd. We kunnen gratis naar binnen en het is er heel rustig, weinig toeristen. Indrukwekkend, ook het uitzicht op de stad en de oude vestigwallen (met christusbeeld).

Almeria, toegang tot de Alcazaba

Alcazaba met Christusbeeld

Monique koopt alvast een kaartje voor de bus (eerst naar Murcia en dan naar Alicante vliegveld). ’s Avonds doen we ons weer uitgebreid tegoed aan de taps. De mensen om ons heen helpen met het bestellen. Wat zijn de Spanjaarden aardig. Bij elk wijntje dat we bestellen zet de barman ons weer hapje voor. Wij dachten dat het een soort van goedheid was. Maar later wordt duidelijk dat het hier gebruikelijk is dat bij een drankje ook een tapas hoort. Dat drankje is dan wel wat duurder. Vreemd, want als je genoeg gegeten hebt en nog wat wil drinken….krijg je nog een tapas. Op woensdagmorgen 16/5, moet Monique de bus van 9 uur hebben, we zijn ruim op tijd bij het busstation, we bestellen nog koffie in de kantine. Monique realiseert zich ineens dat ze haar telefoons aan boord heeft laten liggen. Dus ik in galop terug naar de marina en de mobieltjes van de oplader gehaald en in gestrekte draf terug… net op tijd voor de bus vertrekt. Al puffend en zwetend zwaai ik Monique uit; het was weer heel gezellig en natuurlijk veel te kort…

 

Het rif kan er uit…mijn steun en toeverlaat; Monique

Daarna ga ik meteen een wandeling maken naar de Volvo Penta dealer, ca 40 min. lopen. De mensen aan de balie spreken alleen Spaans maar bellen de baas, die goed Engels spreekt. Hij geeft ook meteen aan dat het de MDI box is. Hij kan over een uur op de boot zijn. Dus in gezwinde pas terug naar de marina. En idd Sergio Lopez, komt het kastje doormeten en maakt foto’s van de motor, serienummers e.d. Hij gaat contact opnemen met Volvo en proberen dit via de (uitgestelde) garantie te regelen. De motor (VP D2-40) is ruim 2 jaar oud en valt niet meer binnen de garantie. Maandag krijg ik van Sergio bericht dat Volvo hij dit kosteloos kan vervangen. Gelukkig. Dinsdagmiddag zit ik op een terras te wachten tot de kapper opengaat en wordt ik gebeld door Sergio. Hij kan de MDI meteen komen in bouwen. Dus snel terug naar de haven. In een half uurtje is de nieuwe MDI ingebouwd.  De motor start meteen, dus dat is hopelijk nu in orde, maar dat zal de tijd moeten uitwijzen. Toch even reclame voor hem maken: Nautica Gines Alonso in Almeria. Hulde voor de snelle service. Er is nog een probleempje in de top van de mast. Ik heb, toen de mast er af was voor mijn vertrek uit Nederland, het lampje van het 3-kleuren toplicht vervangen door een 3-kleuren ledlamp. Maar die zat er, bleek later, niet goed in, groen recht naar voren, rood naar achteren. (De boordlichten op de boeg, verblinden een beetje, dus in de top ben je beter zichtbaar en je hebt er minder last van). Bovendien zit de Windex (windvaantje)los. In de marina is een kantoortje waarop ze aangeven ook “mastclimbing” te doen. Dus daar maar even contact mee gezocht en ze kunnen een paar dagen later langskomen.  Dat is nu ook gerepareerd. Alleen met het in de mast klimmen wordt een pvc kikker kapot getrapt. Die wil het bedrijf vervangen, maar zij moeten die kikker eerst bestellen. Twee dagen later blijkt het bestelde te klein, de bouten passen niet, en moet er opnieuw besteld worden…. Daar is nu het wachten op…en op goede wind….. Deze zeiler heeft tijd, gelukkig…

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Via Afrika

Pantoffels

In een van m’n vorige verhaaltjes schreef ik al over de pantoffelheld die ik ben. Door het koude oceaanwater is de bodem van de boot relatief koud en dat zorgt vaak voor koude voeten. Monique heeft me begrepen en heeft in het weekend van Pasen, toen ze een bliksembezoek aan de Aja in Cádiz bracht een paar gezellige en warme pantoffels meegenomen. Kijk, daar heb ik nou wat aan. Met die pantoffels aan, voel ik me een flinke kerel… Inmiddels is ook hier de temperatuur langzaam aan het stijgen en is het lekker om aan boord op blote voeten rond te lopen.

…een huiselijk gevoel…

Naar Afrika
Jan Willem is op 20/4 aangekomen met de bus uit Malaga in La Linea. Zoals ik al meldde, stelt La Linea niet veel voor. Veel Engelsen en andere forensen die werken in Gibraltar. Na de mooie stad Cádiz is het hier rommelig en ongezellig. Je voelt hier een licht Marokkaanse sfeer, veel mensen met sluiers en oosterse eettentjes. Wij gaan echter voor Spaans en vinden een lekker tapastentje en doen ons er te goed aan de mooi verzorgde hapjes. Verder biedt dit stadje niet heel veel vertier voor heren op leeftijd. Op zaterdag (21/4) gaan we (voor mij, …nog…) een dagje naar Gibraltar. Maar ja, naast de volle jachthaven en de Mainstreet is ook daar niet veel te beleven, althans als je geen zin hebt de rots te beklimmen. JW adviseert mij het toch zeker te doen, om later geen spijt te krijgen, dus gaan we met een busje (je kunt ook met een kabelbaan) naar boven. We stoppen bij prachtige grotten, bij de aapjes en bewonderen een “onderbergse” gang die is aangelegd om de rots te verdedigen.

aapjes kijken

De buschauffeur vertelt onderweg allerlei wetenswaardigheden. Indrukwekkend. De buschauffeur die geboren en getogen is in Gibraltar houdt een vurig pleidooi voor het feit dat Gibraltar onderdeel is en moet blijven van het UK.
Zondag gaan we verder. We hebben besloten het Europese continent te verlaten en Afrika te bezoeken. Althans een enclave van Spanje: Ceuta. We gaan eerst even belastingvrij tanken in Gibraltar. Na een klein uurtje zijn we aan de beurt en tanken er spotgoedkoop. De vulopening van de tank van de Aja is te klein, dus mondjesmaat en voorzichtig tanken. Om een uur of 10 varen we richting Ceuta. Het waait niet hard. Als we de baai uit zijn, bouwen de golven zich echter op. Er zit totaal geen structuur in. We hebben het gevoel dat die wel een meter of 3 zijn. Zeilen hijsen heeft geen zin vanwege de beperkte wind. Zo klotsen we, al laverend tussen de schepen in de trafficzone door, naar het Afrikaanse continent. Het is een kleine 20 Nm, begin van de middag komen we in de marina aan. Het is even schrikken, want hier zijn geen vingersteigers, je moet op de mediterrane wijze aanleggen. We besluiten met de spiegel naar de wal aan te leggen. Het indraaien met behulp van de wielwerking van de schroef lukt uitstekend. Het is wel oppassen, omdat ik de Hydrovane niet wil beschadigen. Met behulp van een marinero, komt het goed. We gebruiken de zwemtrap als loopplank.

De Aja op mediterane wijze ingeparkeerd

Ceuta is veel groter dan ik had gedacht. Het is echt een stad met een groot centrum en dito winkelstraat. Qua kroegen en restaurantjes is het naar verhouding behelpen. We moeten we goed zoeken. Om de Afrikaanse sfeer optimaal te proeven/voelen willen we graag een dagje naar Marokko. We gaan langs verschillende reisbureaus en uiteindelijk komen we bij reisorganisatie Flandria uit, die dagelijks bus tripjes verzorgd naar Tetouan (meer zuidelijk) en Tanger (In het noordwesten). De volgende dag melden we ons om 10.30 en gaan met een klein busje en een internationaal gezelschap op weg. De reisleider is een Marokkaan in djellaba, die nogal populair doet. Hij wil dat we onze paspoorten afgeven aan hem, hij laat ze dan aan de grens liggen om af te stempelen en wij krijgen die dan ’s avonds, als we weer terug over de grens komen, weer terug. Wij willen dit niet, omdat wij (Nederlanders) leren nooit je paspoort af te geven. Het wordt een flinke discussie en uiteindelijk zegt de reisleider dat, als we niet meewerken, we de bus moeten verlaten. Enfin, toch maar onze paspoorten afgegeven. Aan de grens met Marokko is het een enorme chaos, enorme rijen voetgangers aan weerszijden van de douanecontrole. We mogen er geen foto’s maken. Je komt echt in een ander werelddeel. De busreis door het Rifgebergte is prachtig. Het bezoek aan Tetouan is maar kort. We worden vrij snel bij een kledenverkoper naar binnen geloosd. Tussen de middag krijgen we een eenvoudige maaltijd (niet echt voedzaam) in een echt oosters ingericht hotel.

De heersers van Tetouan

In Tanger is het eigenlijk hetzelfde recept, korte wandeling door het stadje en meteen weer naar binnen geleid bij winkeltjes die iets willen verkopen. Heel de tijd horen we “kijken, kijken, niet kopen…”. Inderdaad, er is niets van onze gading bij… We ontvluchten de groep en bekijken nog wat straatjes, maar zijn toch bang, letterlijk, de bus te missen (zonder paspoorten) dus we blijven in de buurt van de groep. Je wordt er constant aangesproken door souvenierverkopers. Tanger heeft wel een iets betere indruk op mij achtergelaten dan Tatouan. Iets wereldser. De terugreis is weer prachtig langs de noord Afrikaanse kust en ik zie de route langs Tarifa in de straat van Gibraltar waar ik een weekje eerder gevaren heb. Na nog een dagje Ceuta, vertrekken we dinsdag naar Sotogrande. We hebben een prachtige zeiltocht. Door de dwars inkomende stroming in de Straat van Gibraltar, moeten we steeds hoger aan de wind varen. Onder weg zetten we nog een rif, want de wind trekt aardig aan, naar een 20 knopen. Eenmaal in de luwte van de rots van Gibraltar wordt de wind weer rustig en de golven beduidend lager. Uiteindelijk moet de motor weer bij. We blijven maar een nacht in Sotogrande, want behalve een luxe resort is er voor ons niet veel te beleven. Bij het aanleggen bij het havenkantoor (waar ook de toegang tot de marina wordt uitgebaggerd) komt o.a. door deining de achterkant van de Aja ruw in botsing met de betonnen kade. Er breekt een stuk(je) gelcoat uit de kwetsbare hoek met de spiegel. Balen. We eten ’s avonds in een Belgisch restaurant. De volgende dag gaan we naar Estepona. Een kort tochtje van 10Nm. Vanwege de oostenwind blijven we er een paar dagen. Bovendien is Estepona een leuk plaatsje. Witte huisjes met overal dezelfde bloempotten en bloemen in dezelfde kleuren aan de gevels.

De bloemenbuurt van Estepona

Op een markt vinden we een leuk tentje waar we een paar keer heerlijk eten. Op maandag gaan we naar Fuengirola, zo’n 30 Nm. Van hieruit is er een goede verbinding met het vliegveld van Malaga. Jan Willem zal van hieruit weer terug naar Nederland gaan en een kleine week later komt Monique. De wind is rustig en met de genua en veelal de motor bij, varen we naar deze toeristenbadplaats. In de loop van de middag trekt de wind aan, en dat is lastig als we niet meteen in de haven ergens kunnen aanleggen. In de haven roepen we de haven op via VHF 9 en we moeten eerst tijdelijk aanleggen voor we een plaats krijgen. De wachtsteiger is vol en de harde wind maakt het lastig een beetje rondjes te draaien. We gaan maar aan een steiger van de toeristische rondvaartboot liggen, maar we worden na een 10 minuten alweer weg gestuurd omdat de rondvaartboot zo binnenkomt. Dus weer losgooien en na nog een paar rondjes komt een plek aan de wachtsteiger vrij. Daar worden we geholpen door een marinero, die ons later ook helpt aan de definitieve plek. De haven is redelijk vol, je moet dus wel wat geluk hebben met een plekje. In de zomer zal dat hier moeilijk worden. Fuengirola is een opeenstapeling van hotels en Engelse en Scandinavische (en enkele Nederlandse) eet- en drinktenten… niet echt ons ding. De eerste avond lopen we wat rond om de stad te verkennen en we treffen een kermis en daarnaast een soort van presentatie van allerlei landen in de wereld in grote hallen, waar zij muziek en dansen demonstreren en waar je lekker kunt eten. Het is groots opgezet en enorm druk en gezellig. Tot in de kleine uurtjes vermaken we ons er kostelijk. De laatste avond van de reis van JW, trakteert hij me weer (het wordt traditie) op een gezellig etentje in een Spaans restaurant (dat we met moeite vinden tussen al het noord Europese horecageweld in….). Op 2 mei zet ik JW af bij het treinstation die een vlotte verbinding heeft met Malaga, maar ook met het vliegveld. Bedankt Jan Willem voor de gezellige dagen en de goede en inspirerende gesprekken…

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Cadiz-La Linea

Terwijl in Nederland het ene warmterecord na het andere wordt gebroken is het hier in Zuid-Spanje nog steeds behelpen met het weer, de temperaturen komen hier (half april), maar niet boven de 20 graden. Depressies overvallen hier de kusten en zorgen voor een herfstachtige sfeer.
Als ik dit schrijf (20/4) ligt de Aja in La Linea, dat is een Spaanse haven, net boven het Britse Gibraltar. Het is hier veel minder druk dan in de Engelse enclave, en de liggelden zijn heel redelijk (ca € 15/nacht voor de Aja).

Cádiz
Eerst nog een klein stukje over mijn, inmiddels, lievelingsplaats gedurende mijn reis (tot nu toe).
Ik heb er enorm genoten, het voelt als m’n tweede huis. Het oude centrum is al vele tientallen jaren zoals het is, er is geen plaats meer voor nieuwbouw, dus wordt er driftig gerenoveerd. Cádiz is omringd door water en kan niet uitbreiden, alleen langs de verbinding van het schiereiland naar het vaste land. Het oude centrum met vele smalle straatjes, gezellige pleintjes, maar vooral de ontzettend aardige bevolking, hebben indruk gemaakt. Ik heb er voor de stad, 2 belangrijke evenementen meegemaakt; het Carnaval en de Semana Santa. Wat opvalt is de grote betrokkenheid van de bevolking, jong en oud, de liefde voor de cultuur zoals die zich daar al eeuwen afspeelt. Iedereen is betrokken. Vanuit 2 belangrijke uitvalsbases (cafés natuurlijk) La Levante en Olivo heb ik de stad verkend. De eerste een gemoedelijk kroegje waar alle leeftijden samen komen om wat te drinken en te kletsen en de andere een uitvalsbasis voor Engelsen die in Cádiz zijn blijven hangen en Engelse lesgeven aan Spanjaarden. Het is wel lekker zo nu en dan Engels te kunnen kletsen, omdat ik Spaans nog helemaal niet beheers. Het laatste weekend van mijn verblijf daar ben ik nog door mensen uit Cadiz meegenomen naar Sanlucar om daar wat te eten en te drinken. Heel gezellig. Langzaamaan begon ik een beetje bij het leven daar te horen. Dan is een afscheid voor mij heel moeilijk. Ik hoop zeker nog terug te komen. Een doel is in ieder geval bereikt en dat is om wat meer te weten te komen over de leefwijzen en gewoonten van de plaatsen die ik aandoe.
Ik had een ligplaats in Puerto America. Het waaide er vaak hard maar er was weinig of geen last van swell/deining in de haven. Verder erg saai, je ligt in feite aan een industrieterrein (containerterminal). Naar de rand van de stad lopen duurt ongeveer 20 minuten. Dus boodschappen doen plande ik altijd zorgvuldig. Per nacht was ik ca € 5 kwijt (wintertarief).

Carnaval, vol plein bij de Kathedraal

Processie tijdens de Semana Santa

Ik heb nog niet het idee aan het einde van mijn reis te zijn, dus ik moet niet te lang blijven hangen. Bovendien komt Jan Willem weer aanmonsteren en die vliegt op Malaga. Ik wil hem een beetje tegemoetkomen.
Dus weer verder…
Zondag 15 april om 8 uur ’s morgens heb ik de trossen losgegooid om verder te varen richting de Med. Jan Willem komt op 20 april naar La Linea. Dat betekent 2 dagtochten. Er zijn net 2 dagen met rustig weer uit het westen, voor de dagen erna wordt zware oostenwind verwacht…dus vertrekken “geblazen”.
De eerste bestemming is Barbate, ongeveer 50Nm, een uur of 10 varen. De haven van Cadiz uit staat meteen de wind pal op kop en ik moet wennen aan de stevige korte golven. In het begin dreigt zeeziekte maar naarmate de Aja dieper op zee komt, begin ik wat te wennen. Ik vaar buitenom langs de “Tunafarms”, dat zijn beboeide gebieden waar tonijnen gekweekt worden. Dat is wel een stuk om, maar binnendoor vergt nogal een goede navigatie. Richting zuidoost, komt de wind half binnen en ik kan een aantal uren heerlijk zeilen, lekker relaxt, het gaat niet hard, maar het is wel genieten. De zee, met korte steile golven, is structuurloos, de golven komen van alle kanten, waarschijnlijk nog een gevolg van de harde wind die de laatste heeft gestaan. Bij de haveningang van Barbate pak ik wel de route binnendoor, tussen de boei van een tonijnkwekerij en de golfbreker, het is smal en oppassen voor uitvarende vissersboten (ook op zondag). Ca 18.30 kom ik aan in de haven, geen reactie op mijn oproep op de marifoon, maar er staat wel een marinero te zwaaien op de kade. Hij helpt me in een box, fijn… Het kantoor is officieel dicht, dus via de achterdeur inchecken. De haven ziet er nogal grauw en grijs uit. Het dorpje ligt op enige afstand, ik besluit maar aan boord te blijven. Iemand heeft mij een restaurant aanbevolen in Barbate: La Pena de Tuna, dus voor mensen met meer tijd is dit misschien een aanrader. Barbate is een van de belangrijkste plaatsen in Spanje waar tonijn wordt gevangen/gekweekt en verhandeld.
Richting Gibraltar moet degelijk rekening gehouden worden met de stroming. Volgens de pilot zou een vertrek kort na laagwater (Gibraltar) het beste uitkomen. Lw is ca om 10 uur, dus ik heb mijn vertrek gepland om 10.30. Bij het afrekenen in het havenkantoor (via de voordeur!), zie ik dat het in Barbate al om 8 uur laagwater is. Ik begin te twijfelen aan de getijdentabel die Monique voor me heeft meegenomen. Ik besluit maar meteen te vertrekken, iets voor tienen. De zee is aanvankelijk rustig en heeft lange golven, veel minder hectisch dan gisteren. De wind is zeer matig, dus ik vaar het eerste deel op de motor. Naarmate ik in buurt van Tarifa kom, ontstaat er een heel vervelende zee. Er liggen hier een paar ondieptes. De stroom is hier duidelijk tegen, ik vaar op een gegeven moment nog maar 2.5 knopen over de grond, zodat die stroomrafelingen (ontstaan door een snel oplopende zeebodem) vervelend lang duren. Ik ben blij dat ik eruit ben en de zee wordt rustiger en wind trekt wat aan.

Tarifa, het zuidelijkste puntje van Spanje

Ik rol de Genua uit en ik ga heerlijk voor de wind richting Tarifa, het zuidelijkste puntje van Spanje. De stroom begint geleidelijk aan mee te lopen. Heerlijk zeilend vaar ik tussen de 2 continenten door, je kunt Marokko ruiken, een magisch moment. Vlak voor de baai bij Gibraltar, start ik de motor en rol het zeil in. Het is een mierennest, veel grote schepen voor anker, daar allerlei vissersboten en ferry’s tussen door, er lijkt geen structuur in te zitten en iedereen doet maar wat…lijkt het. Ik vaar ook mijn eigen route richting de haven van La Linea, achterin de baai. Voor de haven prepareer ik de boot om binnen te varen. Ik ontwaar geen havenkantoor en na een oproep via de marifoon moet ik over stuurboord aanleggen, nergens borden of zoiets. Ik vaar de haven in en leg aan bij wat later een toiletgebouw blijkt te zijn. Een vriendelijk marinero neemt me met een golfkarretje mee naar het havenkantoor. Een verveelde en geeuwende receptioniste handelt de formaliteiten af. Ik word weer geholpen met aanleggen. Top.
La Linea is een beetje rommelig plaatsje, niet de mooie smalle straatjes van Cadiz. Dat is even wennen. Gibraltar ligt op loopafstand van de jachthaven en via een indrukwekkende paspoortcontrole kom je in de Engelse enclave. Het is een beetje mix van Spanje en Engeland. Het valt me eerlijk gezegd wat tegen. Maar met JW ga ik hier nog zeker terugkomen….

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Terugblik

…ofwel hoe is het met de pantoffelheld tot nu toe vergaan op zijn droomreis…?

Ik lig nu een paar maanden in Cádiz (vanaf 30 dec 2017). Enkele mensen hebben me gevraagd om eens op te schrijven hoe de reis is gegaan, wat beter kon, wat het kost e.d. Ik vind dat eigenlijk ook wel leuk om te doen en heb er nu tijd voor, een soort tussentijdse evaluatie dus….
Dus ga maar eens in het wilde weg op schrijven wat me zoal is bijgebleven.

De voorbereidingen
Dit is toch wel een van de leukste onderdelen van de reis. Heb enorm genoten van het uitzoeken van allerlei zaken, internet afschuimen, lijstjes maken, en ex vertrekkers ontmoeten. Wat neem je mee en wat juist niet…. En dan natuurlijk de spanning van wat er op me af gat komen. Nu ik op weg ben, moet ik zeggen dat ik redelijk tevreden ben over de klussen die gedaan zijn en wat ik heb meegenomen. Heb natuurlijk veel vernieuwd en aangepast aan boord tijdens de aanloop van de reis.
Per 1 april ’17 ben ik gestopt met werken. Ik had het plan half mei te vertrekken. Ook ik had last van vertrekkersstress. Enerzijds kwam dat omdat het niet goed met m’n moeder ging en anderzijds omdat ik toch nog op het laatst besloten heb nog dingen te wijzigen, o.a. een stevige elektrische stuurautomaat (Jefa) te monteren. Uiteindelijk ben ik 18 juni vertrokken. En dat was ook nog een valse start. Na een dag werd ik al teruggeroepen naar huis, kreeg problemen met de accu’s, daarna nog vaker naar huis, enfin dat verhaal is nog terug te lezen… Typisch de wet van Murphy. Mijn reis tot nu toe is grofweg te verdelen in de trip tot Cherbourg en daarna. Tot de Franse haven heb ik redelijk veel tegenslag gehad, voelde me niet echt prettig. Daarna ging het een stuk beter, en dat gevoel kreeg ik in St. Peterport (Guernsey), waar ik de Aja, met zeer weinig ruimte in de haven (ogenschijnlijk) makkelijk in een box vaar. Ik kreeg daar complimentjes van medezeilers, dat deed m’n toch enigszins aangetaste zelfvertrouwen, goed. Daarna is de reis goed verlopen, met als hoogtepunt het oversteken van de Golf van Biskaje en de walvissen die we gezien hebben. De reis langs Noord Spanje en Portugal stond wel wat onder tijdsdruk, omdat (net als veel medezeilers) ik niet in de late herfst nog langs deze, vaak onstuimige kust, wilde varen. Maar met geduld, ben ik toch nog redelijk comfortabel aan de Algarve geraakt. Het is prettig om zo’n reis niet onder tijdsdruk te hoeven maken. Mensen die in 1 jaar een rondje Atlantic doen, moet een redelijk strakke planning aanhouden.
Een van de beste zaken die zijn verbeterd aan boord, is de nieuwe motor (VP D2-40), want die heb ik toch meer gebruikt dan verwacht. Wel een paar keer gehad dat ie tijdens het varen spontaan afslaat, maar telkens kunnen herstarten. De laatste vaarmaanden heeft ie het eigenlijk altijd goed gedaan. De extra pk’s t.o.v. de vorige motor zijn ook welkom bij het manoeuvreren in de haven of bij stevige golven en tegenwind.
Qua veiligheid zijn voldoende spullen aan boord als een reddingsvlot, reddingsvesten, lifelines (ook over dek) vuurpijlen, een Epirb en een MOB 1. Die laatste heeft voor mij als solozeiler eigenlijk geen zin, omdat die een signaal via de ais levert en ik daar, als ik overboord lig, alleen weinig aan heb. Maar als er bemanning aan boord is bv bij een meerdaagse oversteek is het nuttig. Beter is een persoonlijk baken aan te schaffen die werkt als een epirb (staat nog op de lijst). De ais is een absolute must, vind ik. Heb een paar keer in dichte mist gevaren en dan is dat toch een veilig(er) gevoel. Heb geen radar en heb die eigenlijk ook niet gemist, maar ik heb er geen ervaring mee, en kan me voorstellen dat die bij mist wel een belangrijke rol kan vervullen. Het geeft inzicht in de koers en snelheid van andere schepen is (met ais).

Ik ben een voorzichtige zeiler. Zeker in m’n eentje probeer te voorkomen dat ik naar het voordek moet om een rif te zetten, of een ander klusje te doen. Ook met motorzeilen, om het slingeren te dempen, had ik vaak een rif in het grootzeil. Daar heb vaak profijt van gehad omdat nog al eens bij een kaap of zo, de wind ineens opsteekt. Het reven van de Genua gaat makkelijk vanuit de kuip, dus daar maak ik dan het meest gebruik van. En ik moet zeggen dat de Aja met alleen de genua en aan de wind redelijk goed zeilt en in balans blijft. Het kotterzeiltje heb ik nog niet gebruikt, omdat ik hiervoor nog aparte genuasledes moet monteren (inmiddels wel aangeschaft). Ik heb nog een genaker (met slurf) bij me, maar die heb ik tot nu toe ook niet gebruikt. Heb op m’n reis weinig echt rustige voor-de-windse rakken gehad. En ik vind het lastig om zo’n zeil in m’n eentje aan te slaan en te varen. Ga dan liever niet staan prutsen op het voordek. Maar dat komt nog wel komende zomer.
Nadat de accu’s zijn vernieuwd in Nieuwpoort heb ik eigenlijk geen problemen gehad met de stroomvoorziening (windmolen en 3 zonnepanelen). Nu lig ik wel altijd in havens en meestal met walstroom, maar het komt voor dat ik een weekend aan een ponton in de rivier lig (Lezardrieux), of niet de juiste walstekker (32A) heb, dat ik toch een aantal dagen zelf stroom moet opwekken. Dat lukt tot nu toe uitstekend. Dus daar geen klachten over. Om het goed te ondervinden zal ik nog een langere tijd de stekker uit de walstroom moeten halen. Heb een omvormer/acculader van Victron (easyplus) die het goed doet, maar die wel veel herrie maakt als die aan het laden is (hangt in de gastenkooi). Maak me wel zorgen over de kabels van de zonnepanelen en windgenerator, die worden blootgesteld aan het zonlicht. Ben bang dat daar door het UV nog schade aan gaat optreden. Goed in de gaten houden… Onderdelen onderweg kopen valt niet mee, er zijn maar heel weinig watersportzaken onderweg, dus veel reserveonderdelen meenemen.
Ik mis een vouwfietsje. Zoals nu in Cádiz, wat toch een eindje lopen is naar de stad, is het makkelijk om even met een fietsje wat boodschappen te kunnen doen, of om eens wat verder te geraken dan het gebruikelijke wandelrondje. Maar ja, waar laat je die aan boord? Verder had ik de Webasto kachel (2010) een opknap/controlebeurt moeten laten geven voor mijn vertrek. Die staat hier, in Zuid Spanje, vaker aan dan ik zou hebben durven denken. Maar hij doet het nog goed (afkloppen) en hoop die in de toekomst niet veel meer te hoeven gebruiken.
Voor de meerdaagse oversteken ben ik afhankelijk van opstappers. Dat is nog niet eenvoudig, enerzijds vanwege de soms lastige planning en anderzijds moeten karakters wel passen. Ik heb hiermee een gelukkige en minder gelukkige ervaring. Vooraf elkaar ontmoeten en goede afspraken maken zijn echt noodzakelijk, maar dan weet je het nog niet zeker of het klikt, omdat samenleven aan boord toch weer andere vaardigheden vereisen. En…. ik ben zeker niet de makkelijkste om mee samen te leven (!!??). Ook duidelijke afspraken maken over het verdelen van de (on)kosten, wat eten we aan boord e.d. Verder stappen vriendin Monique en vrienden regelmatig op en dat is gezellig. Ik probeer een prognose te geven van de planning en in welke haven ik zou kunnen zijn, maar laat hen het verder uitzoeken hoe ze in de haven komen.
Wat ik eigenlijk het meest onderschat heb is de planning. Door de ziekte van mijn moeder, het verhuren van mijn huis en het overlijden van de vader van Monique ben ik in 2017, 6 keer naar Nederland gegaan. Daardoor liep ik uiteindelijk ruim 2 maanden achter op de planning. Ik heb daar geen spijt van, want ik wil ook graag betrokken blijven wat er thuis gebeurt, maar ik vind het wel jammer dat ik niet met mijn lichting vertrekkers heb kunnen opvaren. Maar er gaat ongetwijfeld weer een leuke lichting 2018 onderweg.

Aja in Puerto America (Cádiz)

Het overwinteren in Cádiz bevalt me uitstekend, al valt het weer me wel erg tegen. Het stadje is gezellig, veel kroegjes, aardige mensen en niet te toeristisch.  Jan/febr. waren best fris en nu in maart moet het blijkbaar onophoudelijk regenen. Vorig week heeft hier dicht bij nog een tornado huisgehouden. In een naburige haven (Puerto Sherry) is veel schade aangericht. Maar goed, later als het zo’n 35 graden is, zal ik nog wel eens met smart terugdenken aan deze koele en frisse periode (niet aan de tornado). Mijn plan voor het komend half jaar is om de Middellandse zee in te varen en in de buurt van Malaga te bepalen of ik daar voorlopig blijf (richting Griekenland/Turkije) of dat ik omdraai en alsnog naar de Caraïben vaar… Dan moet ik nog op zoek naar flexibele opstappers die in dec/januari ‘18/’19 mee willen oversteken. Dus kandidaten mogen zich melden.
In de havens van Portugal en Spanje wordt, naast het paspoort, bijna overal gevraagd naar de verzekeringspapieren en het eigendomsbewijs. Ik heb de Aja door het Kadaster laten opmeten en daarvoor een zeebrief gekregen. Die komt dus goed van pas. Ik ben verzekerd bij Panthaenius.

Wat kost dat?
Ik ben met prepensioen en heb wat spaarloonregelingen. Daarnaast verhuur ik zo nu en dan mijn huis(je). Dat geeft tot nu toe ruim voldoende middelen om deze reis te ondernemen. Tot nu toe kom ik (in m’n eentje) rond van ongeveer € 1800 per maand = ca € 60 per dag. Het liggeld bedraagt zo tussen de € 15 tot € 30 per nacht. Om de paar dagen doe ik wat boodschappen, maar eet eigenlijk elke avond (eenvoudig) aan de wal. Dat kost in Portugal en Spanje tussen de €10 en €15. Dan moet er natuurlijk regelmatig getankt worden, wat spullen kopen voor de boot, een aantal keer op, en neer vliegen, e.d. Maar gemiddeld kom ik goed toe met dit maandbedrag. Ik besef wel dat, als ik verder de Med invaar, de liggelden aanzienlijk zullen stijgen. Dan zal ik hier en daar toch moeten ankeren of mijn reservepotje aanspreken.

Eten en drinken aan boord.
Ik drink niet uit de watertank, maar koop eigenlijk altijd flessen drinkwater aan de wal. Dat doe ik maar voor de zekerheid. Onderweg tijdens het varen drink ik graag iets fris, bv Cola light, dus daar heb ik ook altijd wat van aan boord. Bij aankomst in de haven is het standaard gebruik om een oorlam te drinken (op de AJA: Berenburg), daar heb ik ook meerdere flessen van meegenomen. Verder heb ik veel plezier van de meegenomen kleine maaltijden, zoals zakken soep, blikjes met knakworsten e.d. Maar heb te veel rijst, spaghetti, olijfolie en bloem bij me. Voor het afbakken van voorgebakken brood heb ik veel plezier van de wonderpan. Ben een liefhebber van pindakaas, dat is wat moeilijker te krijgen. Vanaf mijn vertrek heb ik tot nu toe 2,5 fles Campinggaz (207) gebruikt. Eigenlijk gebruik ik die alleen voor het koffie zetten en het bakken/koken van een ei. Hier in Cádiz heb ik 2 flessen omgeruild voor Butsir (flessen zien er hetzelfde uit). (De aansluiting heb ik nog niet gecheckt).

De vervanger van Campinggaz

…wat ik nog wel mis aan boord zijn een paar pantoffels…

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

richting Cadiz

20 December vertrekken we naar Chipiona. We zijn blij dat we uit Mazagon kunnen vertrekken. Ondanks dat de mensen er erg aardig zijn, is er weinig vertier. Het voordeel is dat Jan Willem en ik hier vele diepgaande (!) gesprekken hebben gehad en veel hebben kunnen lezen. Nadat we het toegangspasje hebben ingeruild voor de borgsom, vertrekken we ca 9.30 weer verder richting zuidoost voor een 30 Nm naar Chipiona. We varen het aanloopkanaal af op de motor. Later kunnen we de genua uitrollen. Zoals de laatste tochten gebruikelijk is, trekt de wind in de loop van de dag wat aan. We varen voor de wind, en dat geeft soms een wat lastige deining en de Aja rolt op de golven. JW stuurt de hele dag, hij is wat katterig, en dan is dit de beste manier om niet echt zeeziek te worden. Uiteindelijk kunnen we varen met grootzeil en genua. Maar dat is van korte duur, want de wind zakt weer in en gaat de motor weer bij. We willen een beetje bijtijds in Chipiona zijn, omdat we nog moeten uitzoeken hoe JW naar het vliegveld in Sevilla kan. Om een uur of 3 komen we in de haven aan, en moeten weer aan de wachtsteiger aanleggen. Het kantoor gaat pas om 4 uur open. We zijn nu in het in het laagseizoen en is het te begrijpen dat de havenkantoren beperkt open zijn. Bijna alle havens hier aan de zuidkust van Andalusië zijn in handen van een organisatie. Dat kun je merken aan de wijze van inchecken, de wachtsteigers, de poorten e.d. en ook het liggeld is tot nu toe overal hetzelfde (ruim € 15/nacht, wintertarief voor mijn boot van 10.50m). Maar ook dat er in geen enkele haven (tot nu toe) wifi is. We lopen, nadat de Aja in de box ligt afgemeerd naar het busstation, en JW koopt er al een kaartje voor de volgende morgen vroeg. Chipiona is een badplaats, die tijdens de winter in ruste is. Veel horecazaken zijn dicht, maar we vinden nog een leuk tapasrestaurantje (Manolo, waar ik nog vaak zal zijn), waar JW me trakteert op een stevige, doch voedzame maaltijd, als dank voor het verblijf aan boord van de Aja. De volgende morgen vergezel ik hem naar de bushalte en loop weer terug naar de boot, met toch wel een leeg gevoel. Het is altijd weer wennen om alleen te zijn. Ik kijk er met veel plezier op terug. Maar na een dagje gaat dat lege gevoel altijd weer weg. En over 2 dagen komt Monique alweer, dus er is voorlopig aanspraak genoeg. Deze dagen maak ik de boot schoon en doe ik boodschappen. Verder maak ik wandelingen door het verlaten badplaatsje. En Manolo krijgt van mij elke dag bezoek. Ik geniet op een avond van de hartverwarmende Spaanse traditionele zang van een groepje mensen in een kroeg, begeleid door een opzwepende cajon (spreek uit cachon, een soort houten doos/kist waar stevig op wordt geramd, en wat dus dient als ritme-instrument).

Chipiona, corrales de Pesca. In deze aangelegde bakken worden bij laag water de vissen gevangen. Nu een natuurgebied en cultureel erfgoed

Zondag morgenvroeg pak ik de bus naar Sevilla, waar Monique ook aankomt vanaf het vliegveld. Omdat het weer er niet echt geweldig uitziet, hebben we besloten een paar dagen in Sevilla te blijven. Zowel Monique als ik zijn er al eerder geweest, maar we kijken er weer onze ogen uit. Prachtige gebouwen en we genieten van de geweldige (bourgondische) sfeer in deze stad.

Sevilla, altijd gezellig…

Zoals al eens eerder gemeld, denk ik op elke plaats of ik er zou willen wonen, en dat was eigenlijk alleen nog maar het geval in Camaret, Lissabon en nu dus zeker in Sevilla. Het bevalt ons zo goed, dat we besluiten er nog een nacht aan te plakken en in totaal 3 nachten te blijven. Op kerstavond dolen we wat rond door de stad op zoek naar een eettent. Uiteindelijk vinden we wat, maar ons gevoel gaf al aan dat het niet helemaal ok is. We worden hier gigantisch (kwalitatief en financieel) afgezet door de ongeïnteresseerde bediening. We moeten ruim € 70 betalen voor een zeer schamele maaltijd (weliswaar met een flesje wijn erbij), en dat is voor Spaanse begrippen heel duur. We hebben ons er een tijdje lang flink over verbaasd. De 27e vertrekken we samen met de bus naar Chipiona en de 28e vieren we er de verjaardag van Monique. Tja, de ambiance had beter gekund, maar het wordt toch een gezellige dag, met uiteraard een ruime tapasmaaltijd bij Manolo. …en ik word weer afgezet (niet bij Manolo), maar op een terrasje waar we een hardloopwedstrijd bekijken. Ik reken voor 2 biertjes af met een briefje van 50 en krijg terugbetaald van een tientje. Ik kan hoog en laag springen, maar ik krijg geen gelijk… Nou ja, jammer, kleine domper, en weer een les om in kleine kroegjes e.d. niet met te groot geld af te rekenen.
De 29e vertrekken we naar Cadiz. Het is een vrij korte tocht van ca 20 Nm. Dus we staan ‘smorgens op het gemakje op en varen om een uur of 10 weg. Er staat niet veel wind, maar kunnen aanvankelijk toch een beetje zeilen, maar later moet dan weer de motor bij. Het laatste uurtje gaan we voor de wind (met maar 3 knopen snelheid) naar Puerto America. We komen om een uur of 3 aan en moeten weer tot 4 uur wachten tot het havenkantoor opengaat. Geen straf, want we liggen lekker in het zonnetje. De 31e gaat Monique weer terug naar huis en het vliegtuig vertrekt redelijk vroeg. We besluiten om de 30e weer naar Sevilla te gaan en er een nachtje te blijven. ‘s Morgens vroeg zet ik Monique af op de bus naar het vliegtuig en heb nog een “eenzaam” dagje in Sevilla. In de middag ga ik weer met de trein terug naar Cádiz. Ik ga hier een paar maanden blijven. Enerzijds omdat de temperatuur niet echt geweldig is, anderzijds om ook eens een beetje het Spaanse leven te ervaren en uiteraard om het karnaval in Cádiz mee te maken…

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Weer in Spanje

Het is hier nu, in zuid Spanje, bijna continue oostenwind, en dat is de richting die we (Jan Willem en ik) op willen. De volgende haven is Ayamonte een redelijk lange tocht van ca 47 Nm. We moeten om het laaggelegen gebied van Faro heen, dus eerst een koers zuidoost, dan oost en dan noord oost. We staan op tijd op en we meren om 7.30 nog even aan het ponton van de receptie om de speciale stekker (32A) en het pasje af te geven. Een deel van de tocht kunnen we zeilen, maar het overgrote deel is met de motor bij. Onderweg zien we nog dolfijnen, waaronder een paar grote (Ik zal nog eens een boekje kopen met de namen van de diersoorten die zoal in of aan de zee/oceaan leven. Als iemand een tip voor een titel heeft, hou ik me aanbevolen.) Tegen 4 uur , een paar uur voor laag water, komen we bij de boeien die de ingang van het bevaarbare deel van de rivier markeren. We volgen op de rivier de Guadiana, keurig de betonning en met de stroming tegen en een snelheid van ca 3 knopen over de grond, varen we richting Ayamonte. We hebben idd nog zo’n 2 meter onder de kiel, dus er is genoeg diepte om zonder problemen naar binnen te varen. Eind van de middag zijn we weer in Spanje. We krijgen een box toegewezen en na het inchecken en de gebruikelijke oorlam aan boord, gaan we het stadje verkennen en op zoek naar een restaurantje. Na Portugal is Spanje toch wel een verademing. Veel meer mensen op straat, vrolijke muziek en eindelijk weer gezellige tapasrestaurantjes. We komen in een klein kroegje met heel veel posters aan de muren van huilende heiligen. We hebben een leuke avond, maar gaan op tijd te kooi want het was een lange dag. Volgende dag lekker uitslapen, wat boodschappen doen en een wandeling door het plaatsje. Ayamonte is niet echt bijzonder, maar op de pleintjes is het heel levendig. Totaal niet toeristisch en dat is wel weer fijn na ons “trauma” in Vilamoura. ’s Avonds vinden we een gezellig kroegje met goede bluesmuziek, daar drinken we een paar cerveza’s. In een eettentje gaan we weer aan de tapas, maar die lijken allemaal hetzelfde omdat de smaak van het frituurvet enorm overheerst. De aanwezige locals zorgen voor een gezellige sfeer en het wordt een amusante avond. De volgende dag gaan we verder naar Mazagon. Deze tocht is wat korter. Zo’n 45 Nm. We vertrekken om een uur of 9. We hebben stroomafwaarts van de rivier weer stroom tegen (?), dus na een uurtje zijn we weer op zee. We rollen de genua uit, aanvankelijk is het motorzeilen, maar later kan ook de motor uit. De wind draait steeds meer naar oost en trekt aan tot 20-25 knopen. Het laatste deel van deze tocht ligt Mazagon precies in de wind en we raken steeds verder van de uitgezette route (op de kaartplotter, soort Tom-Tom). We rollen de genua weer in en gaan recht tegen de wind, op de motor, verder. De Aja maakt soms flinke klappen. Maar naarmate we dichter onder kust komen, wordt de zee rustiger en varen we om een uur of 4 de haven van Mazagon binnen. We leggen aan de steiger voor het havenkantoor aan en checken in. We drinken weer een oorlam op deze behouden aankomst. We gaan daarna op zoek naar het centrum om wat te eten. Dat was een lange zoektocht. We worden door voorbijgangers naar een soort van centrum gestuurd, maar kunnen het eigenlijk niet vinden. Het is er in feite ook niet; een bushalte aan een doorgaande weg. Het lijkt allemaal vrij nieuw (60er jaren). Er zijn wel wat eettentjes en kroegjes, maar het ziet er allemaal desolaat en verlaten uit. Toch vermaken wij ons er wel, omdat de mensen er erg aardig zijn. We voelen ons een beetje een bezienswaardigheid.

Het uitgaanscentrum van Mazagon

We blijven een dag of 4 in Mazagon, omdat de wind nog steeds uit het oosten waait en elke dag een paar uur stevig aantrekt. We vinden een paar kroegen en eettentjes die eenvoudig, maar toch leuk zijn. Zo begint er toch een beetje een band te ontstaan tussen ons en Mazagon. De vakantie van Jan Willem loopt ten einde en we besluiten woensdag de 20e door te varen naar Chipiona, waar JW de bus naar Sevilla kan pakken.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie